CURIA
rss
geavanceerd zoeken
Presentatie

Aangezien het Verdrag van Nice in 2003 in de mogelijkheid had voorzien om op het niveau van de Europese Unie gespecialiseerde rechtbanken in te stellen, heeft de Raad van de EU op 2 november 2004 beslist tot oprichting van het Gerecht voor ambtenarenzaken, met als taak de beslechting van de geschillen tussen de Europese Unie en haar personeelsleden, een taak die tot dan toe door het Gerecht van de Europese Unie werd verricht. Gelet op de toename van het aantal rechtszaken en de overdreven lange duur van de behandeling van de zaken voor het Gerecht van de EU, heeft de wetgever van de Unie in 2015 beslist om het aantal rechters in het Gerecht van de EU progressief te verhogen naar 56 en om de bevoegdheden van het Gerecht voor ambtenarenzaken op te nemen in die van het Gerecht. Het Gerecht voor ambtenarenzaken is op 1 september 2016 opgeheven.

Het Gerecht voor ambtenarenzaken bestond uit zeven rechters die door de Raad werden benoemd voor een termijn van zes jaar, die kon worden verlengd. De benoeming vond plaats na een oproep tot kandidaatstelling en een advies van een daartoe ingesteld comité. Bij de benoeming van de rechters zag de Raad toe op een evenwichtige samenstelling van het Gerecht voor ambtenarenzaken op basis van een zo breed mogelijke spreiding, zowel uit geografisch oogpunt als met betrekking tot de vertegenwoordigde nationale rechtsstelsels. De rechters van het Gerecht voor ambtenarenzaken kozen uit hun midden hun president voor een periode van drie jaar, die kon worden verlengd. Het Gerecht voor ambtenarenzaken hield zitting in kamers van drie rechters. Wanneer de moeilijkheid of het belang van de rechtsvragen daartoe grond opleverden, kon de zaak evenwel worden verwezen naar het Gerecht voor ambtenarenzaken in volle samenstelling. De rechters benoemden een griffier voor een ambtstermijn van zes jaar.

Het Gerecht voor ambtenarenzaken was bevoegd om in eerste aanleg kennis te nemen van de geschillen tussen de Europese Unie en haar personeelsleden. Daarbij ging het om een 150-tal zaken per jaar, op een personeelsbestand van de instellingen, organen en instanties van de Europese Unie dat ongeveer 40 000 personen bedraagt. Deze geschillen betroffen niet alleen de arbeidsverhoudingen als zodanig (bezoldiging, loopbaanverloop, aanwerving, tuchtmaatregelen enz.), maar ook de socialezekerheidsregeling (ziekte, ouderdom, invaliditeit, arbeidsongevallen, gezinstoelagen, enz.). Ook was het bevoegd voor de geschillen betreffende een aantal specifieke personeelsgroepen, meer in het bijzonder het personeel van Eurojust, Europol, de Europese Centrale Bank, het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) en de Europese Dienst voor extern optreden. Tegen de beslissingen van het Gerecht voor ambtenarenzaken kon binnen twee maanden een tot rechtsvragen beperkte hogere voorziening worden ingesteld bij het Gerecht van de EU. De beslissingen in hogere voorziening van het Gerecht konden daarna bij uitzondering worden heroverwogen door het Hof van Justitie.

In de loop van zijn bestaan heeft het Gerecht voor ambtenarenzaken, naast de griffier, die de Duitse nationaliteit had, in totaal 14 rechters uit 14 verschillende lidstaten mogen verwelkomen en heeft het 1549 arresten gewezen.

 

up

 

.