Language of document :

Beroep ingesteld op 23 december 2016 – Europese Commissie / Bondsrepubliek Duitsland

(Zaak C-668/16)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Hermes, A. C. Becker, D. Kukovec, gemachtigden)

Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland

Conclusies

De Bondsrepubliek Duitsland is de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens richtlijn 2006/40/EG1 (richtlijn inzake klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen) en richtlijn 2007/46/EG2 (kaderrichtlijn), door

niet de nodige maatregelen te nemen om de overeenstemming van voertuigen van de typen 246, 176 en 117 met de goedgekeurde typen te herstellen (artikelen 12 en 30 van de kaderrichtlijn);

niet de maatregelen te nemen die nodig zijn voor de toepassing van de sancties (artikel 46 junctis de artikelen 5 en 18 van de kaderrichtlijn);

op 17 mei 2013 een aanvraag in te willigen die door Daimler AG was ingediend voor de uitbreiding van het bestaande voertuigtype 245G tot voertuigen waarvoor reeds een andere typegoedkeuring was verleend en waarvoor de nieuwe voorwaarden van de richtlijn inzake klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen gelden, en derhalve die richtlijn te omzeilen.

De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Volgens artikel 12 van en bijlage X bij de kaderrichtlijn zijn de lidstaten verplicht om in geval van niet-overeenstemming van de productie de nodige maatregelen te nemen om te waarborgen dat de voertuigen in productie in overeenstemming zijn met het goedgekeurde type. Wanneer nieuwe voertuigen afwijken van het goedgekeurde type, moeten voorts volgens artikel 30 van de kaderrichtlijn de nodige maatregelen worden genomen om de overeenstemming te herstellen. De productie en de vervaardigde nieuwe voertuigen van bepaalde typen van Daimler AG weken door het gebruik van een bepaald koelmiddel af van de goedgekeurde typen. De Duitse autoriteiten hebben in strijd met de artikelen 12 en 30 van de kaderrichtlijn niet de nodige maatregelen genomen tot herstel van de overeenstemming.

Bovendien hebben de Duitse autoriteiten artikel 46 van de kaderrichtlijn geschonden, doordat zij geen sancties hebben vastgesteld voor de schending door Daimler AG van artikel 5, lid 1, en artikel 18 van de kaderrichtlijn.

Ten slotte hebben de Duitse autoriteiten op ontoelaatbare wijze de richtlijn inzake klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen omzeild door een oud voertuigtype uit te breiden tot de bovengenoemde voertuigtypen.

____________

1     Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen en houdende wijziging van richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PB 2006, L 161, blz. 12).

2     Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (PB 2007, L 263, blz. 1).