Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein hallinto-oikeus (Finland) op 30 december 2016 – A

(Zaak C-679/16)

Procestaal: Fins

Verwijzende rechter

Korkein hallinto-oikeus

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: A

Andere partij in de procedure: Espoon kaupungin sosiaali- ja terveyslautakunnan yksilöasioiden jaosto

Prejudiciële vragen

Is een prestatie als de persoonlijke assistentie waarin de wet inzake diensten en ondersteuningsmaatregelen voor personen met een handicap voorziet een „prestatie bij ziekte” in de zin van artikel 3, lid 1, van verordening nr. 883/20041 ?

Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord: is er sprake van een beperking van het recht van de Unieburger overeenkomstig de artikelen 20 en 21 VWEU om zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven, wanneer de toekenning van een prestatie als de persoonlijke assistentie in de zin van de wet inzake diensten en ondersteuningsmaatregelen voor personen met een handicap, in het buitenland niet afzonderlijk is geregeld en de voorwaarden voor de toekenning van de prestatie aldus worden uitgelegd dat persoonlijke assistentie niet word toegekend in een andere lidstaat waar betrokkene een driejarige studie volgt die leidt tot een einddiploma?

–    Is het voor de beoordeling van de zaak relevant dat aan een persoon een prestatie als de persoonlijke assistentie in Finland voor een andere gemeente als de gemeente waar hij zijn woonplaats heeft, kan worden toegekend, bijvoorbeeld wanneer hij in een andere Finse gemeente studeert?

–    Zijn de rechten die voortvloeien uit artikel 19 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap relevant voor de beoordeling van de zaak in het licht van het Unierecht?

Indien het Hof van Justitie bij de beantwoording van de tweede prejudiciële vraag vaststelt dat de wijze waarop in de onderhavige zaak het nationale recht werd uitgelegd, het vrije verkeer beperkt: kan een dergelijke beperking toch gerechtvaardigd zijn door dwingende redenen van algemeen belang, die voortvloeien uit de verplichting van de gemeente om toezicht te houden op de terbeschikkingstelling van de persoonlijke assistentie, de mogelijkheid voor de gemeente om te kiezen hoe assistentie het best ter beschikking wordt gesteld en de instandhouding van de samenhang en de doeltreffendheid van het in de wet inzake diensten en ondersteuningsmaatregelen voor personen met een handicap vastgestelde systeem van persoonlijke assistentie?

____________

1 Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB 2004, L 166, blz. 1).