Language of document :

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 12 april 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de rechtbank Den Haag - Nederland) – A, S / Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

(Zaak C-550/16)1

[Prejudiciële verwijzing – Recht op gezinshereniging – Richtlijn 2003/86/EG – Artikel 2, aanhef en onder f) – Begrip „alleenstaande minderjarige” – Artikel 10, lid 3, onder a) – Recht van een vluchteling op gezinshereniging met zijn ouders – Vluchteling die jonger dan 18 jaar is op het tijdstip van zijn aankomst op het grondgebied van de lidstaat en van indiening van zijn asielverzoek, maar meerderjarig op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld om hem asiel te verlenen en waarop hij zijn verzoek om gezinshereniging indient – Datum die bepalend is voor de beoordeling of de betrokkene een „minderjarige” is]

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Rechtbank Den Haag

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: A, S

Verwerende partij: Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

Dictum

Artikel 2, aanhef en onder f), van richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging, juncto artikel 10, lid 3, onder a), daarvan, moet aldus worden uitgelegd dat een onderdaan van een derde land of staatloze die op het tijdstip van zijn aankomst op het grondgebied van een lidstaat en van indiening van zijn asielverzoek in die staat minder dan 18 jaar oud was, maar die gedurende de asielprocedure meerderjarig wordt en vervolgens wordt erkend als vluchteling, moet worden gekwalificeerd als „minderjarige” in de zin van die bepaling.

____________

1 PB C 38 van 6.2.2017.