Language of document : ECLI:EU:C:2018:218

Voorlopige editie

BESLISSING VAN HET HOF (Kamer van heroverweging)

19 maart 2018 (*)

„Heroverweging”

In zaak C‑141/18 RX,

betreffende een voorstel tot heroverweging, dat de eerste advocaat-generaal op 22 februari 2018 krachtens artikel 62 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft gedaan,

neemt

HET HOF (Kamer van heroverweging),

samengesteld als volgt: M. Ilešič (rapporteur), kamerpresident, A. Rosas, C. Toader, A. Prechal en E. Jarašiūnas, rechters,

de navolgende

Beslissing

1        Het door de eerste advocaat-generaal gedane voorstel tot heroverweging betreft het arrest van het Gerecht van de Europese Unie (Kamer voor hogere voorzieningen) van 23 januari 2018, FV/Raad (T‑639/16 P, EU:T:2018:22). Bij dat arrest heeft het Gerecht vernietigd het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie van 28 juni 2016, FV/Raad (F‑40/15, EU:F:2016:137), houdende verwerping van een beroep tot nietigverklaring van een evaluatierapport over de periode van 1 januari tot en met 31 december 2013. Het Gerecht heeft immers geoordeeld dat de kamer van het Gerecht voor ambtenarenzaken die laatstgenoemd arrest heeft gewezen, niet regelmatig was samengesteld.

2        Uit artikel 256, lid 2, VWEU volgt dat de beslissingen die het Gerecht van de Europese Unie op hogere voorziening tegen de beslissingen van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie neemt, bij uitzondering kunnen worden heroverwogen door het Hof, op de wijze en binnen de grenzen die in het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie worden bepaald, wanneer er een ernstig gevaar bestaat dat de eenheid of de samenhang van het recht van de Unie wordt aangetast.

3        In dit verband bepaalt artikel 62 van dit Statuut dat de eerste advocaat-generaal het Hof kan voorstellen de beslissing van het Gerecht te heroverwegen wanneer hij van oordeel is dat er een ernstig gevaar bestaat dat de eenheid of de samenhang van het recht van de Unie wordt aangetast.

4        Hoewel de eerste advocaat-generaal toelichting heeft gegeven bij de bijzondere redenen waarom hij zich in casu tot de Kamer van heroverweging heeft gewend, verklaart hij in het voorstel tot heroverweging dat hij aan die Kamer heeft voorgelegd, van mening te zijn dat „het arrest van het Gerecht van 23 januari 2018, FV/Raad (T‑639/16 P, EU:T:2018:22), in de daarin vervatte juridische redenering, geen ernstig gevaar vormt dat de eenheid of de samenhang van het recht van de Unie wordt aangetast”.

5        Derhalve volgt uit het voorstel tot heroverweging van de eerste advocaat-generaal dat in casu niet is voldaan aan de formele voorwaarden van artikel 62 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die moeten zijn vervuld opdat de Kamer van heroverweging uitspraak kan doen op de vraag of dit arrest van het Gerecht een ernstig gevaar vormt dat de eenheid of de samenhang van het recht van de Unie wordt aangetast en of dit arrest dus moet worden heroverwogen.

Het Hof (Kamer van heroverweging) beslist:

Het arrest van het Gerecht van de Europese Unie (Kamer voor hogere voorzieningen) van 23 januari 2018, FV/Raad (T639/16 P, EU:T:2018:22), dient niet te worden heroverwogen.

ondertekeningen


*      Procestaal: Frans.