Language of document : ECLI:EU:C:2017:517

Voorlopige editie

BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN HET HOF

29 juni 2017 (*)

„Versnelde procedure”

In zaak C‑256/17,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door rechtbank Rotterdam (Nederland) bij beslissing van 11 mei 2017, ingekomen bij het Hof op 15 mei 2017, in de procedure

Sandd BV

tegen

Autoriteit Consument en Markt,

in tegenwoordigheid van:

Koninklijke PostNL BV,

geeft

DE PRESIDENT VAN HET HOF,

de rechter-rapporteur, E. Juhász, en de advocaat-generaal, N. Wahl, gehoord,

de navolgende

Beschikking

1        Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 12 en artikel 14, lid 2, van richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst (PB 1998, L 15, blz. 14), zoals gewijzigd bij richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 (PB 2008, L 52, blz. 3).

2        Dit verzoek is ingediend in het kader van een geschil tussen Sandd BV, gevestigd in Nederland en actief in de postsector, en de Autoriteit Consument en Markt (Nederland; hierna: „ACM”) over het besluit van 14 juni 2016, waarbij ACM het bezwaar ongegrond heeft verklaard dat Sandd had gemaakt tegen haar besluit van 14 september 2015 tot vaststelling van de tariefruimte voor het jaar 2016 waarbinnen de verlener van de universele postdienst de tarieven kan vaststellen voor de verschillende diensten die deel uitmaken van de universele postdienst.

3        De verwijzende rechter heeft het Hof tevens verzocht om de versnelde procedure van artikel 105, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof op deze zaak toe te passen.

4        Deze bepaling voorziet erin dat de president van het Hof op verzoek van de verwijzende rechter of bij wijze van uitzondering ambtshalve, de rechter-rapporteur en de advocaat-generaal gehoord, kan beslissen om een prejudiciële verwijzing te behandelen volgens een versnelde procedure die afwijkt van de bepalingen van dit Reglement, wanneer de aard van de zaak een behandeling binnen korte termijnen vereist.

5        Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft de verwijzende rechter in essentie aangegeven dat het kostentoerekeningsysteem op basis waarvan ACM de tariefruimte voor de universele postdienst voor 2016 heeft vastgesteld, ook model staat voor de vaststelling van de tariefruimtes voor de universele postdienst over de volgende jaren. Mocht de vaststelling van de voorliggende tariefruimte, die is gebaseerd op de vigerende Nederlandse wetgeving, in strijd blijken met het Unierecht, dan zal dit vergaande economische gevolgen hebben, met name doordat in dat geval de nationale wet- en regelgeving ter zake en de geldende tarieven, eventueel met terugwerkende kracht, zullen moeten worden aangepast.

6        Er dient evenwel aan te worden herinnerd dat economische belangen, hoe groot en legitiem zij ook zijn, op zichzelf niet de toepassing van de versnelde procedure kunnen rechtvaardigen (beschikking van de president van het Hof van 16 maart 2017, Abanca Corporación Bancaria, C‑70/17, niet gepubliceerd, EU:C:2017:227, punt 13 en aldaar aangehaalde rechtspraak). Het grote aantal personen of juridische situaties die mogelijk worden geraakt door de beslissing die de verwijzende rechterlijke instantie zal moeten nemen na bij het Hof een prejudiciële procedure aanhangig te hebben gemaakt, is op zichzelf ook geen uitzonderlijke omstandigheid die het beroep op de versnelde procedure kan rechtvaardigen (beschikking van de president van het Hof van 5 april 2017, Escobedo Cortés, C‑94/17, niet gepubliceerd, EU:C:2017:293, punt 18 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

7        Bijgevolg kan het verzoek van de verwijzende rechter om de onderhavige zaak volgens een versnelde procedure te behandelen, niet worden toegewezen.

De president van het Hof beschikt:

Het verzoek van de rechtbank Rotterdam (Nederland) om de versnelde procedure van artikel 105, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof toe te passen op zaak C256/17, wordt afgewezen.

Luxemburg, 29 juni 2017.

De griffier

 

De president

A. Calot Escobar

 

K. Lenaerts


*      Procestaal: Nederlands.