Language of document :

Beroep ingesteld op 4 mei 2011 - ZZ / Europese Ombudsman

(Zaak F-54/11)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: ZZ (vertegenwoordigers: L. Levi en A. Blot, advocaten)

Verwerende partij: Europese Ombudsman

Voorwerp en beschrijving van het geding

Nietigverklaring van het besluit om op de verzoekende partij de sanctie van tuchtrechtelijk ontslag zonder verlies van pensioenrechten toe te passen. Dientengevolge, verzoek tot, primair, herplaatsing van de verzoekende partij in haar functie en, subsidiair, toekenning aan haar van een bedrag overeenkomende met de bezoldiging die zij zou hebben ontvangen tussen de datum waarop het tuchtrechtelijk ontslag is ingegaan en die waarop zij de pensioenleeftijd zal bereiken. In elk geval, toekenning van een vergoeding voor de immateriële schade die de verzoekende partij heeft geleden.

Conclusies van de verzoekende partij

nietigverklaring van het besluit van de Europese ombudsman van 20 juli 2010 om op de verzoekende partij de sanctie van tuchtrechtelijk ontslag zonder verlies van pensioenrechten toe te passen;

voor zover nodig, nietigverklaring van het besluit van 18 januari 2011 tot uitdrukkelijke afwijzing van de klacht;

voor zover nodig:

primair, vaststelling dat de nietigverklaring van het besluit tot tuchtrechtelijk ontslag tot gevolg heeft dat de verzoekende partij met terugwerkende kracht tot de datum waarop dat besluit in werking is getreden in haar post van administrateur van de rang A5, salaristrap 2, wordt herplaatst, alsmede dat haar de financiële rechten worden betaald waarop zij voor die gehele periode recht heeft, te vermeerderen met vertragingsrente tegen het tarief van de Europese Centrale Bank, vermeerderd met 2 punten;

subsidiair, veroordeling van de verwerende partij tot betaling van een bedrag overeenkomende met de bezoldiging die de verzoekende partij sinds de inwerkingtreding van haar tuchtrechtelijk ontslag in augustus 2010 zou hebben ontvangen tot de maand waarin zij de pensioenleeftijd zal hebben bereikt, namelijk juli 2040, alsmede tot regularisatie van haar pensioenrechten;

in elk geval, veroordeling van de verwerende partij tot betaling van een vergoeding van 65 000 EUR voor de immateriële schade die de verzoekende partij heeft geleden;

verwijzing van de Europese Ombudsman in de kosten.

____________