Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof (Oostenrijk) op 30 september 2011 - ÖBB-Personenverkehr AG, andere partijen: Schienen-Control Kommission en Bundesministerin für Verkehr, Innovation und Technologie

(Zaak C-509/11)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Verwaltungsgerichtshof

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: ÖBB-Personenverkehr AG

Andere partijen:     1. Schienen-Control Kommission

    2. Bundesministerin für Verkehr, Innovation und Technologie

Prejudiciële vragen

Dient artikel 30, lid 1, eerste alinea, van verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer aldus te worden uitgelegd dat de voor de handhaving van deze verordening aangewezen nationale instantie bevoegd is om aan een spoorwegonderneming wier regelingen voor de vergoeding van de prijs van het vervoerbewijs niet voldoen aan de in artikel 17 van deze verordening vastgelegde criteria, de precieze inhoud van de door deze onderneming toe te passen schadevergoedingsregelingen bindend voor te schrijven, ook als deze instantie volgens het nationale recht slechts bevoegd is om dergelijke regelingen inzake schadevergoeding ongeldig te verklaren?

Dient artikel 17 van verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315, blz. 14) aldus te worden uitgelegd dat een spoorwegonderneming de verplichting tot vergoeding van de prijs van het vervoerbewijs in geval van overmacht mag uitsluiten hetzij met analoge toepassing van de uitsluitingsgronden van verordening (EG) nr. 261/2004, verordening (EU) nr. 1177/2010 of verordening (EU) nr. 181/2011, hetzij door, ook voor gevallen van de vergoeding van de prijs van vervoerbewijzen, beroep te doen op de aansprakelijkheidsuitsluitingen bedoeld in artikel 32, lid 2, van de Uniforme regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van reizigers en bagage (CIV, bijlage I bij de verordening)?

____________

1 - PB L 315, blz. 14.