Language of document :

Beroep ingesteld op 11 oktober 2011 - ZZ / EIB

(Zaak F-103/11)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: ZZ (vertegenwoordiger: N. Thieltgen, advocaat)

Verwerende partij: Europese Investeringsbank

Voorwerp en beschrijving van het geding

Nietigverklaring van het besluit van de president van de EIB om geen actie te ondernemen na het onderzoek naar het vermeende psychische geweld en nietigverklaring van de eindconclusie van het onderzoekscomité alsmede verzoek om schadevergoeding

Conclusies van de verzoekende partij

de eindconclusie van het onderzoekscomité in zijn advies van 11 juli 2011 nietig verklaren, voor zover daarin wordt vastgesteld dat er geen sprake is van feiten die als psychisch geweld jegens de verzoekende partij kunnen worden aangemerkt;

het besluit van de president van de EIB van 27 juli 2011 nietig verklaren;

vaststellen dat de verzoekende partij slachtoffer is geweest van psychisch geweld;

de EIB gelasten dit psychisch geweld te beëindigen;

het besluit van de president van de EIB van 1 september 2011 nietig verklaren;

vaststellen dat er sprake is van aan de EIB toerekenbare dienstfouten;

vaststellen dat de EIB jegens de verzoekende partij aansprakelijk is voor de onwettigheid van het besluit van de president van de EIB van 27 juli 2011, het psychisch geweld waarvan zij slachtoffer is geweest en de aan de EIB toerekenbare dienstfouten;

de EIB veroordelen tot vergoeding van de reeds ontstane en toekomstige fysieke, immateriële en materiële schade van de verzoekende partij als gevolg van de onwettigheid van het besluit van de president van de EIB van 27 juli 2011, het psychisch geweld waarvan zij slachtoffer is geweest en de aan de EIB toerekenbare dienstfouten, over welke vergoeding vertragingsrente moet worden betaald;

wat de onwettigheid van de brief van de president van 27 juli 2011 betreft;

113 100 EUR aan materiële schade bestaande in het verlies van bezoldiging;

50 000 EUR aan immateriële schade;

wat het psychisch geweld betreft waarvan zij slachtoffer is geweest:

132 100 EUR aan materiële schade bestaande in bezoldiging en loopbaanschade;

50 000 EUR aan immateriële schade;

13 361,93 EUR aan gemaakte kosten;

wat de aan de EIB toerekenbare dienstfouten betreft:

10 000 EUR voor de schending door de EIB van haar verplichting tot geheimhouding en bescherming van gegevens;

40 000 EUR voor het incident bij het horen van de getuigen;

de EIB verwijzen in de kosten van de procedure.

____________