Language of document :

Beroep ingesteld op 6 februari 2012 - Europese Commissie/Republiek Litouwen

(Zaak C-61/12)

Procestaal: Litouws

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: A. Steiblytė, G. Wilms en G. Zavvos)

Verwerende partij: Republiek Litouwen

Conclusies

vaststellen dat de Republiek Litouwen, door de registratie te verbieden van personenauto's waarvan het stuurwiel aan de rechterzijde is geplaatst en/of als voorwaarde voor de registratie voor te schrijven dat een aan de rechterzijde geplaatst stuurwiel in een nieuwe personenauto of in een voorheen in een andere lidstaat geregistreerde personenauto naar de linkerkant wordt verplaatst, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens richtlijn 70/311/EEG van de Raad van 8 juni 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de stuurinrichtingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan2, richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, en artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

de Republiek Litouwen verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

1. Volgens de wettelijke regeling van de Republiek Litouwen kunnen nieuwe personenauto's waarvan de stuurinrichting aan de rechterzijde is geplaatst, niet worden geregistreerd, ook al voldoen deze auto's aan alle voorschriften van kaderrichtlijn 2007/46/EG en van de in bijlage IV bij die richtlijn genoemde bijzondere richtlijnen. Per 29 april 2009 is richtlijn 70/156/EEG ingetrokken en gewijzigd bij de kaderrichtlijn. De lidstaten dienden de kaderrichtlijn vóór 29 april 2009 naar nationaal recht om te zetten.

2. Overeenkomstig artikel 4, lid 3, van de kaderrichtlijn moeten de bevoegde instanties van een lidstaat een nieuwe personenauto registreren indien deze auto aan de technische voorschriften van die richtlijn en van de bijzondere richtlijnen voldoet. Op grond van de kaderrichtlijn kan de registratie van een nieuwe personenauto niet worden geweigerd onder verwijzing naar de zijde waar de stuurinrichting is geplaatst. Dit vindt ook bevestiging in de in bijlage IV bij de kaderrichtlijn genoemde bepalingen van bijzondere richtlijn 70/311/EEG. Volgens artikel 2 bis van die richtlijn mag een lidstaat de registratie van een personenauto niet weigeren om redenen die verband houden met de stuurinrichting, indien deze beantwoordt aan de voorschriften van die richtlijn. In de bijlagen bij richtlijn 70/311/EEG is niet vermeld aan welke zijde de stuurinrichting, met inbegrip van het stuurwiel, moet worden geplaatst en dus a fortiori niet bepaald dat er daarvoor naar moet worden gekeken aan welke kant van de weg de auto moet rijden.

3. Wanneer een personenauto aan alle voorschriften van de genoemde richtlijnen voldoet, is er geen reden voor lidstaten waar het verkeer aan de rechterkant van de weg rijdt, om de registratie van de auto afhankelijk te stellen van de eis dat het stuurwiel naar de linkerkant wordt verplaatst. Met het oog op de verkeersveiligheid is krachtens de kaderrichtlijn en de bijzondere richtlijnen voor de aanpassing van een auto met het stuurwiel rechts aan het rijden op de rechterkant van de weg niet vereist dat het stuurwiel naar de linkerkant wordt verplaatst.

4. Overeenkomstig de wettelijke regeling van de Republiek Litouwen mogen voorheen in een andere lidstaat geregistreerde auto's waarvan de stuurinrichting zich rechts bevindt, evenmin worden geregistreerd. Opgemerkt moet worden dat in de wettelijke regeling van de Republiek Litouwen geen onderscheid wordt gemaakt naargelang een dergelijke auto voorheen was geregistreerd in een lidstaat waar het verkeer links rijdt dan wel in een lidstaat waar het verkeer rechts rijdt.

5. Artikel 34 VWEU, op grond waarvan kwantitatieve handelsbeperkingen en alle maatregelen van gelijke werking verboden zijn, is in dit geval van toepassing. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie moeten wettelijke regelingen van de lidstaten die de handel binnen de Europese Unie direct of indirect kunnen of zouden kunnen belemmeren, worden aangemerkt als maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve handelsbeperkingen.

6. Het in de Republiek Litouwen gehanteerde verbod waardoor personenauto's met de stuurinrichting aan de rechterzijde die voorheen in een andere lidstaat waren geregistreerd, niet mogen worden geregistreerd, heeft dezelfde werking als kwantitatieve beperkingen in de zin van artikel 34 VWEU, aangezien goederen uit een andere lidstaat (in een andere lidstaat geproduceerde en geregistreerde personenauto's) niet op de Litouwse markt kunnen worden gebruikt, tenzij de stuurinrichting naar de andere kant wordt verplaatst. Door de weigering om auto's met het stuurwiel aan de rechterzijde te registreren, zijn de eigenaars van dergelijke auto's verplicht om de stuurinrichting te laten verplaatsen, wat relatief duur is, zodat de invoer van dergelijke auto's in de Republiek Litouwen minder aantrekkelijk wordt gemaakt.

7. De weigering om in de Republiek Litouwen personenauto's met het stuurwiel aan de rechterzijde te registreren, is geen geschikt middel om de verkeersveiligheid te garanderen. Volgens de Commissie leidt een auto met het stuurwiel rechts niet tot problemen wat de verkeersveiligheid betreft, maar moet de bestuurder eraan wennen om een auto met de stuurinrichting aan de rechterzijde te besturen op de rechterkant van de weg, zodat het rijden met een dergelijke auto niet tot gevolg heeft dat andere weggebruikers in gevaar worden gebracht. De Commissie wenst de aandacht van het Hof van Justitie te vestigen op het feit dat het standpunt van de Republiek Litouwen inconsistent is: mensen die soms rechts rijden met personenauto's waarvan het stuurwiel zich aan de rechterzijde bevindt (bijvoorbeeld toeristen) en dat niet gewend zijn, zijn een groter gevaar voor de verkeersveiligheid dan bestuurders die de hele tijd met dergelijke auto's op de rechterkant van de weg rijden. Na een tijd wennen bestuurders die de hele tijd auto's met het stuurwiel aan de rechterzijde besturen, eraan om rechts te rijden, zodat zij geen gevaar voor de verkeersveiligheid zijn.

____________

1 - PB L 133, blz. 10, rectificatie in PB L 196, blz. 14.

2 - Kaderrichtlijn, PB L 263, blz. 1.

3 - Richtlijn van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PB L 42, blz. 1).