Language of document : ECLI:EU:F:2011:107

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN

(Tweede kamer)

Zaak F‑20/11

7 juli 2011

Gianpaolo Bracalente

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Persoon die aanspraak maakt op hoedanigheid van ambtenaar of personeelslid van de Europese Unie – Beroep – Kennelijke niet-ontvankelijkheid – Niet-eerbiediging van precontentieuze procedure”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarbij Bracalente, werknemer van het Istituto Vigilanza Notturna Gallarate S.r.l., het Gerecht vraagt om te erkennen dat hij de hoedanigheid van arbeidscontractant van de Europese Commissie en meer in het bijzonder van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) heeft en, dientengevolge, de Commissie te veroordelen tot betaling van de bezoldigingen en andere financiële voordelen die hem uit dien hoofde verschuldigd zouden zijn alsmede tot betaling van een vergoeding voor de schade die hij zou hebben geleden.

Beslissing:      Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker zal zijn eigen kosten dragen.

Samenvatting

Ambtenaren – Beroep – Voorwaarden voor ontvankelijkheid – Eerbiediging van voorafgaande administratieve procedure

(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)

In het stelsel van bij de artikelen 90 en 91 van het Statuut ingevoerde rechtsmiddelen moet een beroep bij het Gerecht voor ambtenarenzaken worden gericht tegen een bezwarend besluit bestaande in een besluit van het tot aanstelling bevoegd gezag (TABG) of van het tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag (TAVAOBG) dan wel in het verzuim van het ene of het andere gezag om een door het Statuut voorgeschreven maatregel te treffen. Voorts is dat beroep alleen ontvankelijk indien de betrokkene eerst overeenkomstig artikel 90, lid 2, van het Statuut bij het TABG of het TAVAOBG een klacht heeft ingediend tegen het bezwarend besluit en deze klacht uitdrukkelijk of stilzwijgend is afgewezen. Wanneer een ambtenaar of een personeelslid, of zelfs een persoon buiten de instelling, wil dat de administratie jegens hem een besluit neemt, moet de voorafgaande administratieve procedure beginnen met een verzoek uit hoofde van artikel 90, lid 1, van het Statuut, waarbij de betrokkene het TABG of het TAVAOBG vraagt om het gevraagde besluit te nemen; tegen de afwijzing van dit verzoek kan vervolgens een klacht worden ingediend.

(cf. punt 12)