Language of document :

Hogere voorziening ingesteld op 10 januari 2013 door Gérard Buono, Jean-Luc Buono, Roger Del Ponte, Serge Antoine Di Rocco, Jean Gérald Lubrano, Jean Lubrano, Jean Lucien Lubrano, Fabrice Marin, Robert Marin tegen het arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 7 november 2012 in zaak T-574/08, Syndicat des thoniers méditerranéens e.a./Commissie

(Zaak C-12/13 P)

Procestaal: Frans

Partijen

Rekwiranten: Gérard Buono, Jean-Luc Buono, Roger Del Ponte, Serge Antoine Di Rocco, Jean Gérald Lubrano, Jean Lubrano, Jean Lucien Lubrano, Fabrice Marin, Robert Marin (vertegenwoordigers: A. Arnaud en P.-O. Koubi-Flotte, advocaten)

Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Syndicat des thoniers méditerranéens, Marc Carreno, Jean Louis Donnarel, Jean-François Flores, Gérald Jean Lubrano, Hervé Marin, Nicolas Marin, Sébastien Marin, Serge Antoine José Perez

Conclusies

het arrest van 7 november 2012 in zaak T-574/08 vernietigen;

de Unie veroordelen tot betaling van:

-    1 523 588,94 EUR aan Gérard Buono (eerste verzoeker) en Jean-Luc Buono (tweede verzoeker), die dit bedrag gezamenlijk vorderen met betrekking tot hun vaartuigen GERARD LUC III en IV;

1 068 600 EUR aan Roger Del Ponte (derde verzoeker), die dit bedrag vordert met betrekking tot het vaartuig ROGER CHRISTIAN IV;

1 094 800 EUR aan Serge Antoine Di Rocco (vierde verzoeker), die dit bedrag vordert met betrekking tot het vaartuig ANNE ANTOINE II;

855 628,20 EUR aan Jean Gérald Lubrano (vijfde verzoeker), die dit bedrag vordert met betrekking tot het vaartuig VILLE D'ARZEW II;

1 523 588,94 EUR aan Jean Lubrano (zesde verzoeker) en Jean Lucien Lubrano (zevende verzoeker), die dit bedrag gezamenlijk vorderen met betrekking tot hun vaartuigen GERALD JEAN III en IV, en

865 784,59 EUR aan Fabrice Marin (achtste verzoeker) en Robert Marin (negende verzoeker), die dit bedrag gezamenlijk vorderen met betrekking tot hun vaartuig ERIC MARIN;

subsidiair, de zaak terugverwijzen naar het Gerecht voor een nieuwe beslissing op grond van de door het Hof aangereikte oplossingen.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter onderbouwing van hun hogere voorziening voeren rekwiranten drie middelen aan.

Met het eerste middel verwijten rekwiranten het Gerecht dat het de door hen geleden schade onjuist heeft gekwalificeerd bij de behandeling van het middel waarin wordt aangevoerd dat er sprake is van niet-contractuele aansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen.

Met hun tweede middel stellen rekwiranten dat het Gerecht afbreuk heeft gedaan aan de door het Unierecht gewaarborgde grondrechten, doordat het de door iedere rekwirant individueel geleden schade niet correct heeft beoordeeld.

Met het derde middel laken rekwiranten subsidiair het feit dat het Gerecht de niet-contractuele aansprakelijkheid wegens rechtmatig handelen niet heeft erkend als een algemeen beginsel dat de rechtsstelsels van de lidstaten gemeen hebben.

____________