Language of document : ECLI:EU:F:2011:173

ARREST VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
(Tweede kamer)

29 september 2011

Zaak F‑114/10

Carlos Bowles,
Emmanuel Larue
en
Sarah Whitehead

tegen

Europese Centrale Bank (ECB)

„Openbare dienst – Personeel van de ECB – Algemene salarisaanpassing – Berekeningswijze – Voorlopige gegevens – Economische en financiële crisis – Bijzondere omstandigheden – Bezwarend besluit – Salarisafrekening – Voorlopige handeling”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 36.2 van het protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarbij Bowles, Larue en Whitehead vragen om nietigverklaring van hun salarisafrekeningen over januari 2010 en de volgende maanden, voor zover die voor 2010 een algemene salarisaanpassing van 2 % inhouden, alsmede om veroordeling van de ECB tot betaling aan hen van een schadevergoeding bestaande in 0,1 % verhoging van hun salaris en van alle andere afgeleide financiële rechten met ingang van januari 2010, plus vertragingsrente, een vergoeding voor het verlies aan koopkracht, welke ex aequo et bono en voorlopig op het bedrag van 5 000 EUR voor elke verzoeker wordt vastgesteld, en een vergoeding voor de immateriële schade welke ex aequo et bono op het bedrag van 5 000 EUR voor elke verzoeker wordt begroot.

Beslissing:      De besluiten van de ECB om verzoekers’ salarissen met ingang van 1 januari 2010 met 2 % te verhogen, zoals deze blijken uit hun salarisafrekening over januari 2010 en de volgende maanden, worden nietig verklaard. Het beroep wordt verworpen voor het overige. De ECB zal alle kosten dragen.

Samenvatting

1.      Ambtenaren – Personeelsleden van de Europese Centrale Bank – Beroep – Bezwarend besluit – Begrip

(Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, art. 36; arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de Europese Centrale Bank, art. 13)

2.      Ambtenaren – Personeelsleden van de Europese Centrale Bank – Bezoldiging – Berekeningswijze voor algemene salarisaanpassing – Beoordelingsbevoegdheid van administratie – Grenzen

3.      Ambtenaren – Beroep – Beroep tot schadevergoeding – Nietigverklaring van bestreden onwettig besluit – Passend herstel van immateriële schade

1.      Ofschoon salarisafrekeningen als zodanig niet de kenmerken van een bezwarend besluit hebben, hebben zij financieel gezien toch de strekking van individuele juridische besluiten die de administratie heeft genomen met het oog op de toepassing van handelingen van algemene strekking die op het gebied van de bezoldiging zijn vastgesteld.

Een voorlopige handeling op het gebied van de bezoldiging die is vastgesteld door de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank kan bezwarend zijn, indien de vaststelling ervan rechtsgevolgen beoogt teweeg te brengen die de belangen van de betrokkenen raken doordat zij hun rechtspositie in de periode gedurende welke die handeling van toepassing is, aanmerkelijk wijzigen.

(cf. punten 42 en 50)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 24 juni 2008, Cerafogli en Poloni/ECB, F‑116/05, punt 51; 28 oktober 2010, Cerafogli/ECB, F‑96/08, punten 33 en 34, en aangehaalde rechtspraak

2.      De nota van 11 juni 2008, genaamd „Methode die de Europese Centrale Bank toepast voor de algemene salarisaanpassing voor de periode van januari 2009 tot december 2011”, voorziet niet in de mogelijkheid voor de Europese Centrale Bank om, afgezien van het geval waarin het eindresultaat van de toepassing van de in die nota beschreven methode niet in overeenstemming zou zijn met haar beleid van salarismatiging, af te wijken van de voorlopige gegevens over de salarisontwikkeling in de referentiegroep van „instellingen en organen van de Europese Unie” zoals die door Eurostat worden verstrekt en door de Commissie op 31 oktober 2009 beschikbaar werden gesteld. Integendeel, één van de voetnoten in de nota van 11 juni 2008 bepaalt dat aangezien de gegevens betreffende de instellingen van de Europese Unie eind december van elk jaar door de Raad worden goedgekeurd, die voorlopige gegevens worden geaccepteerd. De Europese Centrale Bank diende dus rekening te houden met het percentage van 3,6 % dat als laatste op 31 oktober 2009 door de Commissie ter beschikking was gesteld, en dit ondanks het feit dat het percentage salarisaanpassing van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Unie dat de Raad uiteindelijk heeft aanvaard, anders was.

Teneinde de specifieke procedure op grond waarvan de raad van bestuur kan afwijken van de resultaten van de berekeningswijze van de algemene salarisaanpassing, wanneer deze indruist tegen het beleid van de Europese Centrale Bank op het gebied van de salarismatiging, niet elke nuttige werking te ontnemen en bij gebreke van andere bijzondere afwijkende bepalingen, kan uit de nota van 11 juni 2008 niet worden afgeleid dat de Europese Centrale Bank op grond van het doel en de inhoud van die nota in geval van een ernstige economische crisis mag afwijken van de duidelijke en ondubbelzinnige bewoordingen van de voetnoot.

(cf. punten 67 en 70)

3.      De nietigverklaring van een onwettig besluit kan op zich een passend en in beginsel toereikend herstel vormen van elke immateriële schade die het besluit kan hebben veroorzaakt, tenzij de verzoekende partij aantoont dat zij immateriële schade heeft geleden die kan worden losgekoppeld van de onwettigheid waarop de nietigverklaring is gebaseerd en die door die nietigverklaring niet volledig kan worden vergoed.

(cf. punt 81)

Referentie:

Hof: 7 februari 1990, Culin/Commissie, C‑343/87, punten 27‑29

Gerecht van de Europese Unie: 9 december 2010, Commissie/Strack, T‑526/08 P, punt 58