Language of document : ECLI:EU:F:2011:164

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
(Eerste kamer)

28 september 2011

Zaak F‑6/11

M

tegen

Europees Geneesmiddelenbureau (EMA)

„Openbare dienst – Beroep tot schadevergoeding – Beroep kennelijk niet-ontvankelijk”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarbij M vraagt om het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) te veroordelen tot vergoeding van de schade die hij zou hebben geleden als gevolg van een arbeidsongeval.

Beslissing:      Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker zal alle kosten dragen.

Samenvatting

1.      Procedure – Ontvankelijkheid van beroepen – Opwerpen van exceptie van niet-ontvankelijkheid – Vrijheid van rechter om beschikking te geven op basis van artikel 76 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 76)

2.      Ambtenaren – Sociale zekerheid – Arbeidsongeval – Forfaitaire vergoeding krachtens statutaire regeling – Verzoek om aanvullende vergoeding krachtens gemeen recht – Toelaatbaarheid – Voorwaarden

(Ambtenarenstatuut, art. 73 en 90, lid 1)

1.      Zelfs wanneer de verwerende partij bij afzonderlijke akte een exceptie van niet-ontvankelijkheid opwerpt, staat het het Gerecht voor ambtenarenzaken vrij om, indien het beroep hem kennelijk niet-ontvankelijk voorkomt, een beschikking op grond van artikel 76 van zijn Reglement voor de procesvoering te geven.

(cf. punt 12)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 25 november 2009, Soerensen Ferraresi/Commissie, F‑5/09, punt 14

2.       Een functionaris die slachtoffer is van een ongeval mag de administratie om een aanvullende vergoeding vragen, wanneer hij haar volgens gemeen recht aansprakelijk acht voor het ongeval en de bij artikel 73 van het Statuut ingevoerde statutaire regeling geen juiste vergoeding mogelijk maakt. In een dergelijk geval moet de administratieve procedure die de functionaris voor een dergelijke vergoeding moet volgen echter beginnen met de indiening van een verzoek in de zin van artikel 90, lid 1, van het Statuut om verkrijging van een aanvullende schadevergoeding en moet deze eventueel worden voortgezet met een klacht tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek.

(cf. punt 14)

Referentie:

Hof: 8 oktober 1986, Leussink/Commissie, 169/83 en 136/84, punt 13