Language of document :

Beroep ingesteld op 4 januari 2012 – ZZ / Commissie

(Zaak F-3/12)

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: ZZ (vertegenwoordiger: G. Cipressa, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie

Voorwerp en beschrijving van het geding

Veroordeling van de Commissie tot betaling van een bedrag ter vergoeding van de schade die verzoeker zou hebben geleden door de buitensporig lange duur van de procedure inzake de erkenning van de ernst van zijn ziekte

Conclusies van de verzoekende partij

het besluit van de Commissie tot afwijzing van het verzoek dat verzoeker op 23 november 2010 aan het TABG heeft gezonden nietig verklaren;

nota HR.D.2/MB/ls/ Ares(2011) 74616 van 24 januari 2011, welke verzoeker persoonlijk op 3 maart 2011 en via zijn vertrouwenspersoon na 25 februari 2011 heeft ontvangen, nietig verklaren;

voor zover nodig, nietig verklaren het in welke vorm dan ook genomen besluit van de Commissie tot afwijzing van de klacht die verzoeker op 20 mei 2011 bij het TABG heeft ingediend tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek van 23 november 2010 en welke strekte tot nietigverklaring van dat afwijzende besluit en tot inwilliging van het verzoek van 23 november 2010;

voor zover nodig, vaststellen dat de procedure betreffende het verzoek dat verzoeker op 25 november 2002 bij de Commissie heeft ingediend meer dan vijf jaar heeft geduurd;

voor zover nodig, verklaren dat de duur van de betrokken procedure op de datum van indiening van het verzoek van 23 november 2010 reeds langer dan redelijk was en, en al was het alleen maar om die reden, buitensporig en onwettig was;

dientengevolge, de Commissie veroordelen tot vergoeding van de materiële en immateriële schade die verzoeker tot en met de datum van het verzoek van 23 november 2010 heeft geleden door de onredelijke, buitensporige en onwettige duur van de betrokken procedure, door hem het bedrag van 10 000 EUR toe te kennen dan welk elk hoger of lager bedrag dat het Gerecht redelijk en billijk acht;

de Commissie veroordelen tot betaling aan verzoeker, vanaf de dag volgende op die waarop het verzoek van 23 november 2010 bij de Commissie is binnengekomen en tot aan de daadwerkelijk betaling van het bedrag van 10 000 EUR, van rente over dat bedrag tegen een rentevoet van 10 % per jaar dan wel tegen de rentevoet die het Gerecht redelijk en billijk acht, met jaarlijkse kapitalisatie;

de Commissie verwijzen in de kosten.