Language of document :

Beroep ingesteld op 10 april 2012 – ZZ / Commissie

(Zaak F-45/12)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: ZZ (Boekarest, Roemenië) (vertegenwoordiger: N. Visan, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie

Voorwerp en beschrijving van het geding

Nietigverklaring van het besluit van de Commissie om verzoeksters overeenkomst van arbeidscontractante niet te verlengen

Conclusies van de verzoekende partij

nietig verklaren het besluit van de delegatie van de EU in de Republiek Moldavië van 27-28 juli 2011 om verzoeksters arbeidsovereenkomst niet te verlengen en het besluit van DG HR.D.2 van de Europese Commissie van 16 januari 2012 tot afwijzing van klacht nr. R1687/11 die verzoekster op grond van artikel 90, lid 2, had ingediend;

de Commissie gelasten om verzoekster op te nemen in een andere delegatie van de EU zodat zij de rechten kan behouden die zij heeft verworven gedurende de uitvoering van haar arbeidsovereenkomst bij de delegatie van de EU in Moldavië van 2008 tot 2011 (afgelegde proeftijd, salaristrap, bevorderingspunten), en wel in een post die verenigbaar is met de EPSO/CAST selectietoetsen die zij in 2007 heeft afgelegd;

de verwerende partij gelasten om publiekelijk te erkennen dat de delegatie van de EU in de Republiek Moldavië een fout heeft gemaakt op het moment dat haar een post van „adjunct speciaal afgezant” werd voorgesteld, welke fout tot gevolg heeft gehad dat het onmogelijk werd om de toepassing te garanderen van de in artikel 4, lid 2, van haar arbeidsovereenkomst opgenomen verlengingsclausule en wel vanaf de eerste dag van de overeenkomst, dat zij te laag werd ingedeeld en dat zij van 2008 tot 2011 taken kreeg toegewezen die niet voldeden aan het niveau van haar werkomschrijving;

de verwerende partij veroordelen tot een vergoeding voor de immateriële schade die zij van 2008 tot 2011 heeft geleden als gevolg van de bovengenoemde onregelmatigheden, welke op maandelijkse basis moet worden vastgesteld en bestaat in het verschil tussen verzoeksters salaris en dat van een plaatselijk functionaris voor de gehele periode van 2008 tot 2011, en wel omdat de delegatie: a) verzoekster willens en wetens dezelfde taken heeft opgedragen als die welke aan de plaatselijk functionaris waren opgedragen, en dit ondanks hun verschillende werkomschrijvingen; b) alles heeft gedaan om te verhinderen dat verzoekster haar taken kon vervullen en werkzaamheden kon uitoefenen die daadwerkelijk overeenkwamen met haar werkomschrijving; c) steeds heeft ontkend dat haar post eveneens inhield dat zij optrad als waarnemer van het hoofd van de afdeling FCA;

de verwerende partij veroordelen tot betaling van een vergoeding, over de periode van „10 november 2011 en tot de nieuwe tewerkstelling in een post bij een andere delegatie of instelling van de EU”, van de materiële en immateriële schade die verzoekster heeft geleden door het besluit van 27-28 juli van de delegatie van de EU in de Republiek Moldavië om haar overeenkomst van arbeidscontractante van de categorie artikel 3 bis niet te verlengen. De schadevergoeding dient te worden berekend op basis van haar maandelijkse bezoldiging voor de gehele periode vanaf 10 november 2011 en tot aan haar nieuwe tewerkstelling;

de Europese Commissie verwijzen in alle kosten van de procedure.