Language of document : ECLI:EU:F:2012:77

BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN VAN DE EUROPESE UNIE

6 juni 2012

Zaak F‑54/12 R

Luigi Carosi

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst — Algemeen vergelijkend onderzoek — Uitgesloten van deelneming aan beoordelingstoetsen — Procedure in kort geding — Verzoek om opschorting van tenuitvoerlegging – Fumus boni juris — Ontbreken — Specifieke voorwaarden voor toelating tot vergelijkend onderzoek — Beroepservaring”

Betreft: Verzoek, ingediend krachtens artikel 278 VWEU, artikel 157 EA en artikel 279 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarbij Carosi met name vraagt om opschorting van het besluit van de jury van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AST/117/11 (hierna: „jury van het vergelijkend onderzoek” of „jury”) om hem uit te sluiten van deelneming aan de beoordelingstoetsen van dat vergelijkend onderzoek.

Beslissing: Het verzoek in kort geding wordt afgewezen. De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.

Samenvatting

Ambtenaren — Vergelijkend onderzoek — Vergelijkend onderzoek op grondslag van schriftelijke bewijsstukken en examens — Toelatingsvoorwaarden — Bepaling door aankondiging van vergelijkend onderzoek – Beoordeling, door jury, van beroepservaring van kandidaten — Rechterlijke toetsing — Grenzen — Vergelijkend onderzoek op het gebied van secretariaatswerkzaamheden

(Ambtenarenstatuut, bijlage III, art. 2 en 5)

De jury van een vergelijkend onderzoek dient van geval tot geval te onderzoeken of de door de kandidaat aangevoerde beroepservaring voldoet aan het in de aankondiging van vergelijkend onderzoek gestelde niveau. Zij beschikt ter zake over een discretionaire bevoegdheid, in het kader van de statutaire bepalingen betreffende vergelijkende onderzoeken, zowel met betrekking tot de aard en de duur van de vroegere beroepservaring van de kandidaten als met betrekking tot het nauwe of minder nauwe verband van die beroepservaring met de eisen van het ambt waarin moet worden voorzien. Bij zijn wettigheidstoetsing moet het Gerecht voor ambtenarenzaken zich dus ertoe beperken, te onderzoeken of bij de uitoefening van die bevoegdheid geen kennelijke fout is gemaakt.

De jury maakt in dit opzicht geen kennelijke beoordelingsfout wanneer zij zich bij de vaststelling van het besluit tot niet-toelating tot een vergelijkend onderzoek op het gebied van secretariaatswerkzaamheden op het standpunt stelt dat een universitair diploma en een beroepservaring met name op juridisch gebied niet overeenkomen met een diploma verkregen op het gebied van secretariaatswerkzaamheden respectievelijk een beroepservaring op dat gebied.

(cf. punten 35, 39, 40 en 47)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 1 juli 2010, Časta/Commissie, F‑40/09, punt 58, en aangehaalde rechtspraak