Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Sø- og Handelsrett (Denemarken) op 16 januari 2014 – Post Danmark A/S / Konkurrencerådet

(Zaak C-23/14)

Procestaal: Deens

Verwijzende rechter

Sø- og Handelsretten

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Post Danmark A/S

Verwerende partij: Konkurrencerådet

Interveniënt: Bring Citymail Denmark A/S

Prejudiciële vragen

Op basis van welke richtsnoeren moet worden beslist of de toepassing door een onderneming met een machtspositie van een kortingsysteem met een gestandaardiseerde volumedrempel met de [...] in de verwijzingsbeslissing genoemde kenmerken een misbruik van machtspositie in strijd met artikel 82 EG vormt?

Het Hof wordt verzocht om in zijn antwoord te verduidelijken welke relevantie het heeft voor de beoordeling of de drempel van het kortingsysteem aldus wordt vastgesteld dat het kortingsysteem van toepassing is op de meerderheid van de klanten op de markt.

Voorts wordt het Hof verzocht in zijn antwoord te verduidelijken welke eventuele relevantie de prijzen en kosten van de onderneming met een machtspositie hebben voor de beoordeling krachtens artikel 82 EG van een dergelijk kortingsysteem (relevantie van de test van „even efficiënte concurrent”).

Tegelijk wordt het Hof verzocht te verduidelijken welke relevantie de kenmerken van de markt in deze context hebben, met name of de kenmerken van de markt kunnen rechtvaardigen dat uit ander onderzoek en andere analyses dan de test van „even efficiënte concurrent” een afschermende werking op de markt blijkt (zie punt 24 van de mededeling van de Commissie inzake artikel 82).

Hoe waarschijnlijk en ernstig moet de mededingingsverstorende werking van een kortingsysteem met de in [...] de verwijzingsbeslissing bedoelde kenmerken zijn voor toepassing van artikel 82 EG?

Gelet op het antwoord op de eerste en de tweede vraag, met welke specifieke omstandigheden moet de nationale rechter rekening houden bij de beoordeling of het kortingsysteem in de in de verwijzingsbeslissing beschreven omstandigheden (kenmerken van de markt en het kortingsysteem) zo een afschermende werking op de markt in het specifieke geval heeft of kan hebben dat het misbruik in de zin van artikel 82 EG vormt?

Is in deze context vereist dat de afschermende werking op de markt aanmerkelijk is?