Language of document : ECLI:EU:F:2012:89

ARREST VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE
(Tweede kamer)

20 juni 2012

Zaak F‑79/11

Andreas Menidiatis

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst — Ambtenaar — Aanwerving — Afwijzing van sollicitatie — Uitvoering van arrest houdende nietigverklaring — Redelijke termijn — Individuele uitvoeringsmaatregelen — Verlies van kans”

Betreft: Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, strekkende tot veroordeling van de Commissie tot betaling aan Menidiatis van, ten eerste, het bedrag van 10 000 EUR voor het verlies van een kans als gevolg van het ontbreken van uitvoeringsmaatregelen van het arrest van het Gerecht van 2 april 2009, Menidiatis/Commissie (F‑128/07; hierna: „arrest Menidiatis”), jegens hem en, ten tweede, het bedrag van 5 000 EUR voor de immateriële schade die hij heeft geleden door het stilzwijgen van de Commissie over de gevolgen die zij aan het arrest Menidiatis wilde geven.

Beslissing: Het beroep wordt verworpen. Verzoeker zal zijn eigen kosten dragen en wordt verwezen in de kosten van de Commissie.

Samenvatting

1.      Ambtenaren — Beroep — Arrest houdende nietigverklaring — Gevolgen — Nietigverklaring van aanwervingsprocedure — Verplichtingen van administratie

(Art. 266 VWEU)

2.      Ambtenaren — Beroep — Arrest houdende nietigverklaring — Gevolgen — Verplichting om maatregelen ter uitvoering vast te stellen — Redelijke termijn — Vervanging van nietig verklaard besluit van de Commissie op het gebied van aanwerving door nieuw besluit

(Art. 266 VWEU)

1.      Wanneer een aanwervingsprocedure door de Unierechter nietig is verklaard kan het arrest houdende nietigverklaring in geen geval invloed hebben op de discretionaire bevoegdheid van de administratie om haar keuzemogelijkheden in het belang van de dienst uit te breiden door de oorspronkelijke kennisgeving van vacature in te trekken en tegelijkertijd een nieuwe procedure op te starten voor de voorziening in het betrokken ambt. Aangezien het geen gevolg kan geven aan de oorspronkelijke aanwervingsprocedure waarvan de onwettigheid is bestraft bij het arrest houdende nietigverklaring, mag het tot aanstelling bevoegd gezag a fortiori een nieuwe aanwervingsprocedure opstarten zonder dat het gehouden is om de oorspronkelijke aanwervingsprocedure zoals die vóór de vaststelling van de onwettige handeling was, te hervatten.

(cf. punt 37)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 15 april 2010, Angelidis/Parlement, F‑104/08, punt 42

2.      In het algemeen kan de uitvoering van een arrest houdende nietigverklaring die de vaststelling van een bepaald aantal administratieve maatregelen vereist niet onmiddellijk plaatsvinden en moeten de instellingen over een redelijke termijn beschikken om aan dat arrest te voldoen.

Betreft het een arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken waarbij de Commissie verschillende mogelijkheden worden geboden ten aanzien van het rechtskader dat voor de vaststelling van een nieuw besluit over de voorziening in ambten van hoofd van een vertegenwoordiging van de Commissie moet worden gekozen, dan is een termijn van vijf maanden redelijk om de verschillende juridische oplossingen te onderzoeken en om vervolgens een nieuw besluit over de voorziening in ambten van hoofd van een vertegenwoordiging te nemen.

(cf. punten 40 en 43)

Referentie:

Hof: 12 januari 1984, Turner/Commissie, 266/82, punt 5

Gerecht van eerste aanleg: 10 juli 1997, Apostolidis e.a./Commissie, T‑81/96, punt 37