Language of document : ECLI:EU:F:2013:65

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Eerste kamer)

28 mei 2013

Zaak F‑67/11

Luigi Marcuccio

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Ambtenaren – Nietigverklaring van besluit van de Commissie – Uitvoering van arrest van het Gerecht – Schade veroorzaakt door niet-uitvoering – Voorwaarden – Beroep kennelijk rechtens ongegrond”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee Marcuccio in wezen vraagt om, ten eerste, nietigverklaring van het besluit van 24 juni 2011 waarbij de Europese Commissie heeft afgewezen zijn verzoek van 28 februari 2011 om, met name, vaststelling van maatregelen ter uitvoering van punt 2 van het dictum van het arrest van het Gerecht van 9 juni 2010, Marcuccio/Commissie (F‑56/09; hierna: „arrest van 9 juni 2010”) en, ten tweede, veroordeling van de Commissie tot betaling van een vergoeding voor de schade die hij stelt te hebben geleden.

Beslissing:      Het beroep wordt kennelijk rechtens ongegrond verklaard. Marcuccio draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Commissie, daaronder begrepen die van de procedure in kort geding in zaak F‑67/11 R, Marcuccio/Commissie.

Samenvatting

Ambtenaren – Beroepen van ambtenaren – Arrest houdende nietigverklaring – Gevolgen – Verplichting om uitvoeringsmaatregelen vast te stellen – Eerbiediging van Unierecht – Vergoeding van schade van verzoeker die verband houdt met nietig verklaarde handeling – Bijzondere problemen – Toekenning van redelijke vergoeding voor door verzoeker ondervonden nadeel

(Art. 266 VWEU)

Het staat aan de betrokken instelling om de maatregelen te treffen die de uitvoering van een arrest houdende nietigverklaring meebrengt door, onder toezicht van de Unierechter, de beoordelingsbevoegdheid uit te oefenen waarover zij ter zake beschikt, zowel met inachtneming van het dictum en de rechtsoverwegingen van het arrest waaraan zij uitvoering moet geven als met de bepalingen van het Unierecht.

Wanneer de uitvoering van een arrest houdende nietigverklaring bijzondere problemen met zich brengt, kan de betrokken instelling voldoen aan de voorwaarde voortvloeiende uit artikel 266 VWEU door met inachtneming van het legaliteitsbeginsel een besluit te nemen dat een redelijke vergoeding kan bieden voor het nadeel dat de betrokkene door het nietig verklaarde besluit heeft ondervonden.

(cf. punten 38 en 44)

Referentie:

Gerecht van eerste aanleg: 6 oktober 2004, Vicente-Nuñez/Commissie, T‑294/02, punt 46

Gerecht voor ambtenarenzaken: 7 juni 2011, Larue en Seigneur/ECB, F‑84/09, punt 64