Language of document : ECLI:EU:F:2013:12

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Derde kamer)

6 februari 2013

Zaak F‑67/12

Luigi Marcuccio

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Ambtenaren – Beroep tot schadevergoeding – Onrechtmatigheid – Verzending van een schrijven over uitvoering van een arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken aan de vertegenwoordiger van rekwirant in een tegen dat arrest ingestelde hogere voorziening – Beroep kennelijk rechtens ongegrond – Artikel 94, sub a, van het Reglement voor de procesvoering”

Betreft: Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee Marcuccio verzoekt om, ten eerste, nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie houdende afwijzing van het verzoek om vergoeding van de schade die het gevolg zou zijn van de verzending van een brief inzake de uitvoering van een arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 4 november 2008, Marcuccio/Commissie (F‑41/06), gericht aan de advocaat die hem heeft vertegenwoordigd in de hogere voorziening tegen dat arrest en, ten tweede, veroordeling van de Commissie tot vergoeding van de beweerdelijk als gevolg van dat feit geleden schade.

Beslissing: Het beroep wordt kennelijk rechtens ongegrond verklaard. Verzoeker draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Commissie. Marcuccio wordt veroordeeld om aan het Gerecht het bedrag van 2 000 EUR te betalen.

Samenvatting

1.      Niet-contractuele aansprakelijkheid – Voorwaarden – Onrechtmatigheid – Schade – Causaal verband – Cumulatieve voorwaarden – Ontbreken van een van de voorwaarden – Verwerping van het beroep in zijn geheel

(Art. 340, tweede alinea, VWEU)

2.      Gerechtelijke procedure – Gerechtelijke kosten – Ten laste van het Gerecht voor ambtenarenzaken opgekomen kosten veroorzaakt door het beroep van een ambtenaar dat misbruik oplevert – Veroordeling van ambtenaar tot terugbetaling van die kosten

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 94)

1.      Voor de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Unie in de zin van artikel 340, tweede alinea, VWEU moet aan drie cumulatieve voorwaarden zijn voldaan, te weten de onrechtmatigheid van een administratieve handeling of van de aan de instellingen verweten gedraging, de echtheid van de schade en het bestaan van een causaal verband tussen die handeling of gedraging en de gestelde schade. Het feit dat aan een van deze drie voorwaarden niet is voldaan, volstaat voor afwijzing van een beroep tot schadevergoeding.

(cf. punt 21)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 16 maart 2011, Marcuccio/Commissie, F‑21/10, punten 22 en 23 en aldaar aangehaalde rechtspraak

2.      Op grond van artikel 94, sub a, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken kan dat Gerecht, indien een partij ten laste van hem onnodige kosten heeft veroorzaakt, met name indien het beroep een kennelijk misbruik oplevert, die partij volledig of ten dele in die kosten verwijzen, met dien verstande dat het bedrag van die kosten 2 000 EUR niet mag overschrijden.

Deze bepaling moet worden toegepast wanneer het voorwerp van het beroep van een ambtenaar volkomen gelijk is aan andere, door diezelfde ambtenaar ingestelde beroepen die kennelijk rechtens ongegrond zijn verklaard. Een dergelijk beroep is immers duidelijk nodeloos en vexatoir, zodat de verzoeker zonder enige rechtvaardiging voor de contentieuze weg heeft gekozen.

(cf. punten 34‑37)

Referentie:

Hof: 14 april 2011, Marcuccio/Hof van Justitie, C‑460/10 P

Gerecht van eerste aanleg: 17 mei 2006, Marcuccio/Commissie, T‑241/03, punt 65

Gerecht van de Europese Unie: 6 juli 2010, Marcuccio/Hof van Justitie, T‑401/09; 15 november 2012, Marcuccio/Commissie, T‑286/11 P


Gerecht voor ambtenarenzaken: 6 december 2007, Marcuccio/Commissie, F‑40/06, punt 50; Marcuccio/Commissie, reeds aangehaald; 29 februari 2012, Marcuccio/Commissie, F‑3/11, punt 54