Language of document : ECLI:EU:F:2013:150

ARREST VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Eerste kamer)

17 oktober 2013

Zaak F‑77/12

Vasil Vasilev

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Algemeen vergelijkend onderzoek – Aankondiging van vergelijkend onderzoek EPSO/AD/208/11 – Onmogelijkheid om tijdens voorafgaande toets het toetsenbord te gebruiken waaraan de kandidaat gewend was – Uitsluiting van beoordelingstoetsen – Gelijke behandeling”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee Vasilev met name vraagt om nietigverklaring van het besluit van 10 mei 2012 waarbij de jury van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/208/11 heeft geweigerd om hem tot de beoordelingstoetsen van dat vergelijkend onderzoek toe te laten.

Beslissing:      Het beroep wordt verworpen. Vasilev draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.

Samenvatting

1.      Beroepen van ambtenaren – Beroep tegen besluit om de betrokkene niet toe te laten tot de examens van een vergelijkend onderzoek – Mogelijkheid om een beroep te doen op de onregelmatigheid van het verloop van het vergelijkend onderzoek

(Ambtenarenstatuut, art. 90, lid 2, en 91)

2.      Ambtenaren – Vergelijkend onderzoek – Verloop van algemeen vergelijkend onderzoek – Onmogelijkheid voor de kandidaat om tijdens voorafgaande toets het soort toetsenbord te wisselen – Schending van het beginsel van gelijke behandeling – Geen schending

(Ambtenarenstatuut, art. 1 quinquies en 27, eerste alinea)

1.      Gelet op de complexe aard van de aanwervingsprocedure, die een aantal opeenvolgende, zeer nauw samenhangende besluiten omvat, mag een verzoeker een beroep doen op onregelmatigheden bij het verloop van een vergelijkend onderzoek in het kader van een beroep gericht tegen een later individueel besluit, zoals een besluit om niet tot de beoordelingstoetsen te worden toegelaten.

(cf. punt 15)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 21 maart 2013, Taghani/Commissie, F‑93/11, punt 38

2.      Het beginsel van gelijke behandeling verlangt als algemeen beginsel van het Unierecht dat, behoudens objectieve rechtvaardiging, vergelijkbare situaties niet verschillend en verschillende situaties niet gelijk worden behandeld. Ook is er sprake van schending van het beginsel van gelijke behandeling, dat op het ambtenarenrecht van de Unie van toepassing is, wanneer twee categorieën personen in dienst van de Unie, wier rechtspositie en feitelijke situatie niet wezenlijk verschillen, verschillend worden behandeld en dat verschil in behandeling niet objectief gerechtvaardigd is.

Het feit dat een kandidaat van een algemeen vergelijkend onderzoek voor de vorming van een aanwervingsreserve van Bulgaarse juristen-linguïsten, vóór het vergelijkend onderzoek een fonetisch in plaats van een BDS-toetsenbord heeft gebruikt en dat hij aan dat laatste toetsenbord niet gewend is, ofschoon hij ervan op de hoogte is gesteld dat dat toetsenbord tijdens de examens zou worden gebruikt, vormt een voor de kandidaat kenmerkende omstandigheid die geen verschil kan vormen dat tot een schending van het beginsel van gelijke behandeling kan leiden.

Gelet op de ruime beoordelingsbevoegdheid waarover de jury ten aanzien van de inhoud en de modaliteiten van de examens van een vergelijkend onderzoek beschikt, worden de gelijke behandeling van alle kandidaten en het gebruik door allen van alleen het BDS-toetsenbord gerechtvaardigd door de aard en het doel van het vergelijkend onderzoek, namelijk een gespecialiseerd vergelijkend onderzoek, dat een bepaald aantal hoog gekwalificeerde juristen-linguïsten voor het Hof van Justitie beoogt te selecteren en waarbij alle Bulgaarse juristen-linguïsten het standaard-BDS-toetsenbord gebruiken.

(cf. punten 26, 31, 35 en 36)

Referentie:

Hof: 16 december 2008, Arcelor Atlantique et Lorraine e.a., C‑127/07, punt 23

Gerecht van eerste aanleg: 5 april 2005, Hendrickx/Raad, T‑376/03, punt 33

Gerecht voor ambtenarenzaken: 25 februari 2010, Pleijte/Commissie, F‑91/08, punt 36; 28 maart 2012, Marsili/Commissie, F‑19/10, punt 20 en aldaar aangehaalde rechtspraak