Language of document : ECLI:EU:F:2013:148

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Eerste kamer)

7 oktober 2013

Zaak F‑57/12

Luigi Marcuccio

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Ambtenaren – Invaliditeitsuitkering – Aftrek van bedrag van schuldvordering van een instelling – Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk rechtens ongegrond”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee Marcuccio vraagt om, kort samengevat, nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie om een totaalbedrag van 1 661 EUR in mindering te brengen op de invaliditeitsuitkeringen die hem zijn betaald over de maanden juni, juli, augustus en september 2011 en vergoeding van de schade die hij daardoor heeft geleden.

Beslissing:      Het beroep wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk rechtens ongegrond verklaard. Marcuccio draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie, daaronder begrepen die van de procedure in kort geding in de zaken F‑57/12 R en T‑464/12 P(R). Marcuccio wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van 2 000 EUR aan het Gerecht.

Samenvatting

1.      Ambtenaren – Bezwarend besluit – Motiveringsplicht – Beschikking gegeven in een aan de adressaat bekende context

(Ambtenarenstatuut, art. 25, tweede alinea)

2.      Gerechtelijke procedure – Gerechtskosten – Kosten die het Gerecht voor ambtenarenzaken heeft moeten maken door misbruik opleverend beroep van een ambtenaar – Veroordeling van de ambtenaar tot terugbetaling van die kosten

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 94, sub a)

1.      De verplichting tot motivering van een bezwarend besluit heeft tot doel de betrokkene voldoende gegevens te verschaffen om na te gaan of het besluit gegrond is dan wel een gebrek vertoont op grond waarvan de rechtmatigheid ervan kan worden betwist en de Unierechter in staat te stellen de rechtmatigheid van het bestreden besluit na te gaan. Een besluit is voldoende gemotiveerd wanneer de handeling waartegen beroep is ingesteld tot stand is gekomen in een context die de betrokken ambtenaar bekend is, zodat hij de strekking van de jegens hem getroffen maatregel kan begrijpen.

(cf. punten 30 en 31)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: 7 oktober 2009, Marcuccio/Commissie, F‑3/08, punt 27 en aldaar aangehaalde rechtspraak; 1 december 2010, Gagalis/Raad, F‑89/09, punt 67 en aldaar aangehaalde rechtspraak

2.      Op grond van artikel 94, sub a, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken kan dat Gerecht, indien een partij onnodige kosten heeft veroorzaakt, met name indien het beroep een kennelijk misbruik oplevert, die partij volledig of ten dele in die kosten verwijzen, met dien verstande dat het bedrag van die kosten 2 000 EUR niet mag overschrijden. Een beroep legt kennelijk ten onrechte beslag op de middelen van het Gerecht wanneer de verzoeker geen enkele informatie geeft over de reden voor de besluiten van een instelling, die zij hem nochtans had verstrekt, en waarvan hij vóór de instelling van het beroep op de hoogte was.

(cf. punten 55 en 56)