Language of document : ECLI:EU:F:2013:169

ARREST VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Eerste kamer)

5 november 2013

Zaak F‑63/12

Carlo De Nicola

tegen

Europese Investeringsbank (EIB)

„Openbare dienst – Uitvoering van een arrest – Kosten – Terugbetaling van kosten – Terugbetaling van het bedrag dat aan invorderbare kosten is betaald na een arrest houdende gedeeltelijke vernietiging van het arrest waarbij de verzoekende partij in die kosten is verwezen”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee De Nicola het Gerecht verzoekt om nietigverklaring van de weigering van de Europese Investeringsbank (EIB) om aan hem de kosten terug te betalen die zijn betaald op basis van een arrest van het Gerecht dat later door het Gerecht van de Europese Unie is vernietigd.

Beslissing:      De besluiten van de Europese Investeringsbank van 4 en 25 mei 2012 worden nietig verklaard. De Europese Investeringsbank wordt veroordeeld tot betaling aan De Nicola van het bedrag van 6 000 EUR, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 29 april 2012. De rentevoet daarvan moet worden berekend op basis van het tarief dat de Europese Centrale Bank voor de betrokken periode voor de basisherfinancieringstransacties heeft vastgesteld, vermeerderd met twee punten. Het beroep wordt verworpen voor het overige. De Europese Investeringsbank draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van De Nicola.

Samenvatting

Gerechtelijke procedure – Kosten – Terugbetaling van het bedrag dat aan invorderbare kosten is betaald na een arrest houdende gedeeltelijke vernietiging van het arrest waarbij de verzoekende partij in die kosten is verwezen

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 115)

Ingevolge artikel 115 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken dient, wanneer een arrest of een beschikking van het Gerecht door het Gerecht van de Europese Unie is vernietigd en terugverwezen naar het Gerecht, het Gerecht in de beslissing die een einde maakt aan de procedure te beslissen over de op de procedures voor het Gerecht zomede op de procedure in hogere voorziening voor het Gerecht van de Europese Unie gevallen kosten.

Een dergelijke bepaling maakt duidelijk dat de vernietiging – ook al is deze gedeeltelijk – door het Gerecht van de Europese Unie van een arrest of een beschikking van het Gerecht tot gevolg heeft dat ook de bepalingen waarbij het Gerecht in dat arrest of die beschikking omtrent de kosten heeft beslist, worden vernietigd.

In deze omstandigheden dient de instelling het verzoek van de verzoekende partij om terugbetaling aan haar van het bedrag dat aan invorderbare kosten is betaald, toe te wijzen.

(cf. punten 23, 24 en 27)