Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Amtsgericht Laufen (Duitsland) op 30 april 2014 – Strafzaak tegen Gavril Covaci

(Zaak C-216/14)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Amtsgericht Laufen

Partijen in de strafzaak

Gavril Covaci

Andere partij: Staatsanwaltschaft Traunstein

Prejudiciële vragen

Moeten de artikelen 1, lid 2, en 2, leden 1 en 8, van richtlijn 2010/64/EU1 aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een rechterlijke beschikking die op grond van § 184 het Duitse Gerichtsverfassungsgesetz van beklaagden verlangt dat zij, op straffe van niet-ontvankelijkheid, enkel in de procestaal, in casu het Duits, rechtsmiddelen instellen?

Moeten de artikelen 2, 3, lid 1, sub c, en 6, leden 1 en 3, van richtlijn 2012/13/EU2 aldus worden uitgelegd dat zij eraan in de weg staan dat een beklaagde een ontvangstgemachtigde moet aanwijzen, indien de termijn voor het instellen van rechtsmiddelen reeds begint te lopen vanaf de betekening aan de ontvangstgemachtigde en het uiteindelijk irrelevant is of de beklaagde überhaupt verneemt welke feiten hem ten laste zijn gelegd?

____________

1 Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PB L 280, blz. 1).

2 Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (PB L 142, blz. 1).