Language of document : ECLI:EU:C:2013:793

Zaak C‑561/12

Nordecon AS

en

Ramboll Eesti AS

tegen

Rahandusministeerium

(verzoek van de Riigikohus om een prejudiciële beslissing)

„Overheidsopdrachten – Procedure van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van aankondiging van opdracht – Mogelijkheid voor aanbestedende dienst om te onderhandelen over inschrijvingen die niet voldoen aan in bestek van opdracht genoemde dwingende eisen van technische specificaties”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 5 december 2013

1.        Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van Hof – Grenzen – Bevoegdheid van nationale rechter – Vaststelling en beoordeling van feiten van geding – Noodzaak van prejudiciële vraag en relevantie van gestelde vragen – Beoordeling door nationale rechter – Kennelijk irrelevante vragen en hypothetische vragen gesteld in context waarin een nuttig antwoord is uitgesloten – Vragen zonder verband met voorwerp van hoofdgeding

(Art. 267 VWEU)

2.        Harmonisatie van wetgevingen – Procedures voor plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten – Richtlijn 2004/18 – Procedure van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van aankondiging van opdracht – Mogelijkheid voor aanbestedende dienst om te onderhandelen met indieners van offertes die niet voldoen aan in bestek van opdracht genoemde dwingende eisen van technische specificaties – Geen

(Richtlijn 2004/18 van het Europees Parlement en de Raad, art. 30, lid 2)

1.        Zie de tekst van de beslissing.

(cf. punten 28‑30)

2.        Artikel 30, lid 2, van richtlijn 2004/18 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten staat de aanbestedende dienst niet toe te onderhandelen met indieners van inschrijvingen die niet beantwoorden aan de dwingende eisen van de technische specificaties van de opdracht.

De aanbestedende dienst moet, ofschoon hij in het kader van een procedure van gunning door onderhandelingen beschikt over onderhandelingsbevoegdheid, er immers altijd zorg voor dragen dat aan de eisen van de opdracht waaraan hij een dwingend karakter heeft gegeven, wordt voldaan. Als dat niet het geval was, zou afbreuk worden gedaan aan het beginsel volgens hetwelk aanbestedende diensten transparantie betrachten in hun handelen, en kan het doel – te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen – niet worden bereikt.

Het met het oog op de onderhandelingen toelaatbaar achten van een inschrijving die niet voldoet aan dwingende eisen, zou aan de vaststelling van dwingende voorwaarden in de aanbestedingsprocedure elk nut ontnemen en de aanbestedende dienst niet in staat stellen de onderhandelingen met de inschrijvers op een voor deze inschrijvers gemeenschappelijke basis, bestaande uit die eisen, en, bijgevolg, op voet van gelijkheid, te voeren.

(cf. punten 39‑39 en dictum)