Language of document : ECLI:EU:C:2014:2196

Zaak C‑117/13

Technische Universität Darmstadt

tegen

Eugen Ulmer KG

(verzoek van het Bundesgerichtshof om een prejudiciële beslissing)

„Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2001/29/EG – Auteursrecht en naburige rechten – Uitzonderingen en beperkingen – Artikel 5, lid 3, sub n – Gebruik voor onderzoek of privéstudie van werken en ander materiaal – Boek in een voor het publiek toegankelijke bibliotheek dat via speciale terminals voor individuele leden van het publiek beschikbaar wordt gesteld – Begrip ‚niet te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen’ werk – Recht van een bibliotheek om een werk dat deel uitmaakt van haar verzameling, te digitaliseren teneinde het via speciale terminals beschikbaar te stellen voor gebruikers – Beschikbaarstelling van het werk via speciale terminals waarmee het kan worden afgedrukt op papier of op een USB-stick kan worden opgeslagen”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 11 september 2014

1.        Harmonisatie van de wetgevingen – Auteursrecht en naburige rechten – Richtlijn 2001/29 – Harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij – Reproductierecht, recht van mededeling van werken aan het publiek en recht van beschikbaarstelling van ander materiaal voor het publiek – Uitzonderingen en beperkingen – Gebruik voor onderzoek of privéstudie van werken en ander materiaal – Boek in een voor het publiek toegankelijke bibliotheek die via speciale terminals voor individuele leden van het publiek beschikbaar wordt gesteld – Werk dat niet te koop wordt aangeboden of is onderworpen aan licentievoorwaarden – Begrip

(Richtlijn 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad, art. 5, lid 3, sub n)

2.        Harmonisatie van de wetgevingen – Auteursrecht en naburige rechten – Richtlijn 2001/29 – Harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij – Reproductierecht, recht van mededeling van werken aan het publiek en recht van beschikbaarstelling van ander materiaal voor het publiek – Uitzonderingen en beperkingen – Recht van een bibliotheek om een werk dat deel uitmaakt van haar verzameling, te digitaliseren teneinde het via speciale terminals beschikbaar te stellen voor gebruikers – Daaronder begrepen – Voorwaarden

(Richtlijn 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad, art. 5, leden 2, sub c, 3, sub n, en 5)

3.        Harmonisatie van de wetgevingen – Auteursrecht en naburige rechten – Richtlijn 2001/29 – Harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij – Reproductierecht – Uitzonderingen en beperkingen – Beschikbaarstelling van het gedigitaliseerde werk via speciale terminals waarmee het kan worden afgedrukt op papier of op een USB-stick kan worden opgeslagen – Daarvan uitgesloten

(Richtlijn 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad, art. 5, leden 2, sub a en b, en 3, sub n)

1.        Het begrip „te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen” in artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij moet aldus worden opgevat dat het impliceert dat de rechthebbende en een in die bepaling bedoelde instelling, zoals een voor het publiek toegankelijke bibliotheek, voor het betrokken werk een licentie- of gebruiksovereenkomst moeten hebben gesloten, waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waaronder deze instelling het werk mag gebruiken.

Enerzijds betekent een andere uitlegging immers dat de rechthebbende door een unilateraal en in wezen discretionair optreden de betrokken instelling het recht zou kunnen ontnemen om gebruik te maken van die beperking en daarmee ook de mogelijkheid haar fundamentele taak te verwezenlijken en het openbaar belang te bevorderen dat met het stimuleren van onderzoek en privéstudie is gediend, door de verspreiding van kennis.

Anderzijds wordt in de context van de in artikel 5, lid 3, van richtlijn 2001/29 genoemde uitzonderingen en beperkingen verwezen naar daadwerkelijke contractuele betrekkingen en naar het sluiten en uitvoeren van daadwerkelijk bestaande contractuele overeenkomsten, en niet naar loutere aanbiedingen om een overeenkomst te sluiten of een licentie te verlenen.

Indien reeds het loutere aanbod om een licentie- of gebruiksovereenkomst te sluiten zou volstaan om de toepassing van artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29 uit te sluiten, dan zou als gevolg van een dergelijke uitlegging die beperking een groot deel van haar inhoud en zelfs van haar nuttige werking verliezen, aangezien bedoelde beperking bij die uitlegging enkel van toepassing zou zijn op de – steeds zeldzamer wordende – werken waarvoor nog geen elektronische versie, in het bijzonder in de vorm van een elektronisch boek, wordt aangeboden op de markt.

(cf. punten 27, 28, 30, 32, 35, dictum 1)

2.        Artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, gelezen in samenhang met artikel 5, lid 2, sub c, ervan, moet aldus worden uitgelegd dat het niet eraan in de weg staat dat een lidstaat aan de in die bepalingen bedoelde voor het publiek toegankelijke bibliotheken het recht verleent om de van hun verzamelingen deel uitmakende werken te digitaliseren, indien die reproductiehandeling noodzakelijk is om die werken via speciale terminals in de gebouwen van die instellingen beschikbaar te stellen voor de gebruikers.

Dat recht van mededeling van werken dreigt immers een groot deel van zijn inhoud en zelfs van zijn nuttige werking te verliezen indien instellingen zoals voor het publiek toegankelijke bibliotheken niet zouden beschikken over een accessoir recht om de betrokken werken te digitaliseren.

Bovendien wordt een dergelijk recht in artikel 5, lid 2, sub c, van richtlijn 2001/29 aan die instellingen verleend, voor zover er sprake is van de reproductie in welbepaalde gevallen.

Die voorwaarde wordt in beginsel in acht genomen wanneer de digitalisering van bepaalde werken van een verzameling noodzakelijk is voor „het gebruik [...] hierin bestaande dat het werk of materiaal, via speciale terminals in de gebouwen van die instellingen, voor onderzoek of privéstudie meegedeeld wordt aan of beschikbaar gesteld wordt voor individuele leden van het publiek”, zoals is bepaald in artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29.

Bovendien moet de omvang van dit accessoire recht van digitalisering nader worden vastgesteld door uitlegging van artikel 5, lid 2, sub c, van richtlijn 2001/29 tegen de achtergrond van artikel 5, lid 5, ervan, dat bepaalt dat deze beperking slechts in bepaalde bijzondere gevallen mag worden toegepast, mits daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van werken of ander materiaal en de rechtmatige belangen van de rechthebbende niet onredelijk worden geschaad, maar niet is bedoeld om de reikwijdte van de in artikel 5, lid 2, van deze richtlijn voorziene uitzonderingen en beperkingen uit te breiden.

(cf. punten 43, 44, 46, 47, 49, dictum 2)

3.        Artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij moet aldus worden uitgelegd dat het niet geldt voor handelingen zoals het afdrukken van werken op papier of de opslag ervan op een USB-stick, die door de gebruikers worden verricht via speciale terminals die zijn geïnstalleerd in de in die bepaling bedoelde voor het publiek toegankelijke bibliotheken. Dergelijke handelingen kunnen echter in voorkomend geval worden toegestaan op grond van de wetgeving waarmee in het nationale recht uitvoering wordt gegeven aan de uitzonderingen of beperkingen waarin is voorzien bij artikel 5, lid 2, sub a of b, van die richtlijn, voor zover in elk concreet geval is voldaan aan de in die bepalingen gestelde voorwaarden.

Anders dan bepaalde handelingen waarmee een werk wordt gedigitaliseerd, kunnen die reproductiehandelingen evenmin worden toegestaan op grond van een accessoir recht dat voortvloeit uit de gecombineerde bepalingen van de artikelen 5, lid 2, sub c, en 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29, aangezien zij niet noodzakelijk zijn om, met inachtneming van de in die bepalingen gestelde voorwaarden, het werk via speciale terminals aan de gebruikers te kunnen meedelen.

(cf. punten 54, 57, dictum 3)