Language of document :

Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 16 juli 2015 – EJ / Commissie

(Zaak F-112/14)1

(Openbare dienst – Ambtenaren – Hervorming van het Statuut – Verordening nr. 1023/2013 – Standaardfuncties – Overgangsregels voor de indeling in standaardfuncties – Artikel 30, lid 2, van bijlage XIII bij het Statuut – Juristen van de rang AD 13 van de juridische dienst van de Commissie – Positie van ‘juridisch adviseurs’ en ‘leden van de juridische dienst’ – Modaliteiten voor toegang tot de rang AD 13 onder het Statuut van 2004 – Bevordering krachtens artikel 45 van het Statuut – Aanstelling krachtens artikel 29, lid 1, van het Statuut – Indeling in de standaardfuncties ‘adviseur of gelijkwaardig’ en ‘administrateur in de overgangsfase’ – Bezwarend besluit – Begrip ‘bijzondere verantwoordelijkheden’ – Begrip ‘bijzondere verantwoordelijkheden’ – Gelijke behandeling – Bevorderbaar naar de rang AD 14 – Gewettigd vertrouwen – Beginsel van rechtszekerheid)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: EJ (vertegenwoordiger: S. Orlandi, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: J. Currall, C. Ehrbar en G. Gattinara, gemachtigden)

Interveniënt aan de zijde van de verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bauer en M. Veiga, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van de besluiten van het TABG om verzoekers volgens de nieuwe regels voor de loopbaan en de bevordering zoals die van toepassing zijn na de hervorming van het Ambtenarenstatuut van 1 januari 2014, in te delen in de standaardfunctie „hoofdadministrateur in de overgangsfase” en hun de mogelijkheid van bevordering naar de rang AD 14 te ontnemen, en vervolgens vaststelling van de onwettigheid van artikel 30, lid 3, van bijlage XIII bij het Statuut

Dictum

De individuele besluiten, zoals deze gestalte hebben gekregen door een vermelding die na 1 januari 2014 is opgenomen in de op de computer vastgelegde persoonsdossiers van verzoekers, vastgesteld door het tot aanstelling bevoegd gezag van de Europese Commissie en houdende indeling van EJ en van de andere verzoekers wier geanonimiseerde namen zijn opgenomen in de bijlage in de functie die binnen de Europese Commissie „hoofdadministrateur in de overgangsfase” wordt genoemd, welke functie overeenstemt met de statutaire standaardfunctie „administrateur in de overgangsfase”, worden nietig verklaard.

De Europese Commissie zal haar eigen kosten dragen en wordt verwezen in de kosten van EJ en de andere verzoekers wier geanonimiseerde namen zijn opgenomen in de bijlage.

De Raad van de Europese Unie draagt zijn eigen kosten.

____________

1     PB C 26 van 26.1.2015, blz. 47.