Language of document :

Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 16 juli 2015 – Murariu / Eiopa

(Zaak F-116/14)1

(Openbare dienst – Personeel van EIOPA – Tijdelijk functionaris – Kennisgeving van vacature – Vereiste van minimaal acht jaar beroepservaring – Interne kandidaat die na een proeftijd reeds is bevestigd in zijn functie van tijdelijk functionaris – Voorlopige tewerkstelling in een nieuw ambt met een indeling in een hogere rang – Inhoudelijke fout in de kennisgeving van vacature – Intrekking van werkaanbod – Toepasselijkheid van de AUB – Raadpleging van het personeelscomité – Gewettigd vertrouwen)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Simona Murariu (Frankfurt am Main, Duitsland) (vertegenwoordiger: L. Levi, advocaat)

Verwerende partij: Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (vertegenwoordigers: C. Coucke, gemachtigde, F. Tuytschaever, advocaat)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) tot intrekking van een eerder besluit waarbij verzoekster was aangesteld als tijdelijk functionaris van de rang AD 8, en verzoek om vergoeding van de materiële en de immateriële schade die zij zou hebben geleden

Dictum

Het besluit van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen van 24 februari 2014 wordt nietig verklaard, voor zover daarbij,

–    in een contractuele verhouding en met miskenning van de verworven rechten en de contractuele bepalingen, de sollicitatie van Murariu naar het ambt van senior expert op het gebied van bedrijfspensioenen („senior expert on personal pensions”) met terugwerkende kracht wordt afgewezen en het door haar reeds aanvaarde aanbod van voorlopige tewerkstelling van 17 juli 2013 stilzwijgend wordt ingetrokken;

–    Murariu gedurende de periode van voorlopige tewerkstelling van 16 september 2013 tot en met 24 februari 2014 geen bezoldiging overeenkomstig de rang AD 8 wordt toegekend.

De vordering tot nietigverklaring wordt afgewezen voor het overige.

De Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen wordt veroordeeld tot vergoeding van de materiële schade die Murariu tussen 16 september 2013 en 24 februari 2014 heeft geleden en wel voor een bedrag bestaande in het verschil tussen de bezoldiging van de rang AD 6 en de rang AD 8, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 16 september 2013 en tegen de rentevoet die de Europese Centrale Bank voor de betrokken periode voor de basisherfinancieringstransacties heeft vastgesteld, vermeerderd met twee punten.

De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen voor het overige.

De Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van Murariu.

____________

1     PB C 26 van 26.1.2015, blz. 47.