Language of document : ECLI:EU:F:2015:42

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Tweede kamer)

28 april 2015

Zaak F‑33/14

Luigi Marcuccio

tegen

Europese Commissie

„Artikel 34, leden 1 en 2, van het Reglement voor de procesvoering – Afbreuk aan de goede rechtsbedeling – Uitsluiting van de procedure van een vertegenwoordiger van een partij”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan.

Beslissing:      Mr. Z wordt op grond van artikel 34, leden 1 en 2, van het Reglement voor de procesvoering uitgesloten van de procedure. Een kopie van deze beschikking wordt gezonden aan de bevoegde Italiaanse autoriteiten waaronder Mr. Z valt.

Samenvatting

1.      Gerechtelijke procedure – Vertegenwoordiging van de partijen – Uitsluiting van de procedure van een vertegenwoordiger van een partij – Ontbreken van opmerkingen van de vertegenwoordiger nadat hij op de hoogte is gesteld van de inleiding van de procedure van uitsluiting – Geen invloed

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 34, leden 1 en 2)

2.      Gerechtelijke procedure – Vertegenwoordiging van de partijen – Uitsluiting van de procedure van een vertegenwoordiger van een partij – Advocaat van een partij die nodeloos en herhaaldelijk de rechtszalen van de Unierechters belast

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 34, leden 1 en 2)

1.      Het ontbreken van antwoord van de advocaat van een partij voor de rechterlijke instanties van de Unie op een brief van het Gerecht voor ambtenarenzaken waarbij hij op de hoogte wordt gesteld van diens intentie om gebruik te maken van artikel 34, leden 1 en 2, van het Reglement voor de procesvoering van dat Gerecht, kan zich niet ertegen verzetten dat die bepalingen betreffende de uitsluiting van de procedure van de advocaat van een partij, op hem worden toegepast. Wanneer het gaat om een advocaat die wordt uitgesloten wegens zijn bijdrage tot de voortzetting door zijn cliënt van een gedraging die bestaat in het nodeloos belasten van de rechtszalen van de rechters van de Unie, doet het ontbreken van antwoord van die advocaat immers niet af aan het feit dat de neiging van zijn cliënt om systematisch en zonder onderscheid te kiezen voor de contentieuze weg schadelijk kan zijn voor de goede rechtsbedeling noch aan het feit dat de gedraging van zijn advocaat rechtstreeks bijdraagt tot de gelaakte querulantie van zijn cliënt.

(cf. punt 13)

2.      Wanneer voldoende vaststaat dat een advocaat van een partij voor de rechters van de Unie door zijn gedraging zonder onderscheid heeft bijgedragen tot de instandhouding van de querulantie van zijn cliënt, die bijzonder schadelijk is gebleken voor de goede rechtsbedeling, gezien het grote aantal beroepen dat die cliënt bij de drie Unierechters heeft ingesteld, een aantal dat een normaal zorgvuldig advocaat niet kon ontgaan, moet artikel 34, leden 1 en 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken worden toegepast en die advocaat worden uitgesloten, waarbij een kopie van de beschikking tot uitsluiting moet worden gezonden aan de nationale bevoegde autoriteiten waaronder hij valt.

De omstandigheid dat de betrokken advocaat bij het Gerecht voor ambtenarenzaken voor rekening van zijn cliënt slechts twee zaken aanhangig heeft gemaakt welke zijn handtekening dragen, kan, gelet op de voorgeschiedenis van de door zijn voorgangers ingestelde beroepen welke hem niet kan zijn ontgaan, niet zijn gedraging als advocaat rechtvaardigen, welke erin zou moeten bestaan dat hij zijn cliënt bijstaat en vertegenwoordigt, daarbij rekening houdend met het vereiste van een goede rechtsbedeling dat van openbaar belang is.

(cf. punten 14, 21 en 22)