Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof (Oostenrijk) op 7 oktober 2015 – Gert Folk

(Zaak C-529/15)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Verwaltungsgerichtshof

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Gert Folk

Verwerende partij: Unabhängiger Verwaltungssenat für die Steiermark

Prejudiciële vragen

Is richtlijn 2004/35/EG1 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade, zoals gewijzigd bij richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 (PB L 102, blz. 15) en bij richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 (PB L 140, blz. 114) (milieuaansprakelijkheidsrichtlijn), ook van toepassing op schade die zich weliswaar ook nog heeft voorgedaan na de in artikel 19, lid 1, van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn genoemde datum, doch zijn oorsprong vindt in de exploitatie van een vóór die datum goedgekeurde en in bedrijf genomen installatie (waterkrachtinstallatie) en door een waterrechtelijke vergunning gedekt is?

Verzet de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn, en met name de artikelen 12 en 13 daarvan, zich tegen een nationale regeling die houders van visrechten verbiedt een beroepsprocedure als bedoeld in artikel 13 van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn in te leiden met betrekking tot een milieuschade in de zin van artikel 2, punt 1, onder b), van die richtlijn?

Verzet de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn, en met name artikel 2, punt 1, onder b), daarvan, zich tegen een nationale bepaling die een schade die een aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de ecologische, chemische of kwantitatieve toestand of het ecologisch potentieel van de betrokken wateren, uitzondert van het begrip „milieuschade”, wanneer de schade door een vergunning op grond van een nationale wettelijke bepaling gedekt is?

Indien de derde vraag bevestigend wordt beantwoord:

Moet in de gevallen waarin bij een krachtens nationale bepalingen verleende vergunning niet is getoetst aan de criteria van artikel 4, lid 7, van richtlijn 2000/60/EG (respectievelijk de nationale bepalingen ter omzetting daarvan), bij het onderzoek van de vraag of er sprake is van een milieuschade in de zin van artikel 2, punt 1, onder b), van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn, artikel 4, lid 7, van richtlijn 2000/60/EG rechtstreeks worden toegepast, en worden onderzocht of de criteria van deze bepaling zijn vervuld?

____________

1 PB L 143, blz. 56, zoals gewijzigd bij richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van richtlijn 2004/35/EG – Verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 102, blz. 15), en bij richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 140, blz. 114).