Language of document : ECLI:EU:C:2016:493

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 4 oktober 2011 [verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, en de High Court of Justice (England & Wales), Queen's Bench Division (Administrative Court) - Verenigd Koninkrijk] - Football Association Premier League Ltd, NetMed Hellas SA en Multichoice Hellas SA/QC Leisure, David Richardson, AV Station plc, Malcolm Chamberlain, Michael Madden, SR Leisure Ltd, Philip George Charles Houghton en Derek Owen (C-403/08), Karen Murphy/Media Protection Services Ltd (C-429/08)

(Gevoegde zaken C-403/08 en C-429/08)1

(Satellietuitzending - Uitzending van voetbalwedstrijden - Ontvangst van uitzending via satellietdecoderkaarten - Satellietdecoderkaarten die in lidstaat rechtmatig in verkeer zijn gebracht en in andere lidstaat worden gebruikt - Verbod op handel en gebruik in lidstaat - Weergave van uitzendingen in strijd met exclusief toegekende rechten - Auteursrecht - Recht van televisie-uitzending - Exclusieve licenties om op grondgebied van één enkele lidstaat uit te zenden - Vrij verrichten van diensten - Artikel 56 VWEU - Mededinging - Artikel 101 VWEU - Restrictie met mededingingsbeperkende strekking - Bescherming van diensten gebaseerd op voorwaardelijke toegang - Illegale uitrusting - Richtlijn 98/84/EG - Richtlijn 2001/29/EG - Reproductie van werken in geheugen van satellietdecoder en op televisiescherm - Uitzondering op reproductierecht - Mededeling van werken aan publiek in horecagelegenheden - Richtlijn 93/83/EEG)

Procestaal: Engels

Verwijzende rechters

High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, en High Court of Justice (England & Wales), Queen's Bench Division (Administrative Court) - Verenigd Koninkrijk

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Football Association Premier League Ltd, NetMed Hellas SA en Multichoice Hellas SA (C-403/08), Karen Murphy (C-429/08)

Verwerende partijen: QC Leisure, David Richardson, AV Station plc, Malcolm Chamberlain, Michael Madden, SR Leisure Ltd, Philip George Charles Houghton en Derek Owen (C-403/08), Media Protection Services Ltd (C-429/08)

Voorwerp

Verzoeken om een prejudiciële beslissing - High Court of Justice (Chancery Division), Queen's Bench Division (Administrative Court) - Verenigd Koninkrijk - Uitlegging van de artikelen 28 EG, 30 EG, 49 EG en 81 EG alsmede de artikelen 2, sub a en e, 4, sub a, en 5 van richtlijn 98/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 1998 betreffende de rechtsbescherming van diensten gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang (PB L 320, blz. 54), van de artikelen 2, 3 en 5, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167, blz. 10), en van artikel 1, sub a en b, van richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisieomroepactiviteiten (PB L 298, blz. 23), en uitlegging van richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel (PB L 248, blz. 15) - Verlening tegen betaling van exclusieve rechten om uitzendingen van voetbalwedstrijden via satelliet te verzorgen - Verhandeling in het Verenigd Koninkrijk van decoders die in een andere lidstaat rechtmatig op de markt zijn gebracht en waarmee dergelijke wedstrijden in strijd met de verleende exclusieve rechten kunnen worden vertoond

Dictum

Het begrip "illegale uitrusting" in de zin van artikel 2, sub e, van richtlijn 98/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 1998 betreffende de rechtsbescherming van diensten gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang, moet aldus worden uitgelegd dat het geen betrekking heeft op buitenlandse decodeerapparatuur - die toegang verschaft tot satellietomroepdiensten van een omroeporganisatie, met de toestemming van die omroeporganisatie wordt geproduceerd en verkocht, maar tegen haar wil in wordt gebruikt buiten het geografische gebied waarvoor zij werd verstrekt -, die welke door verstrekking van een valse naam en een vals adres is verkregen of geactiveerd, of die welke is gebruikt in strijd met een contractuele beperking volgens welke de apparatuur uitsluitend voor privédoeleinden mag worden gebruikt.

Artikel 3, lid 2, van richtlijn 98/84 verzet zich niet tegen een nationale regeling die het gebruik van buitenlandse decodeerapparatuur verbiedt, daaronder begrepen die welke door verstrekking van een valse naam en een vals adres is verkregen of geactiveerd, en die welke is gebruikt in strijd met een contractuele beperking volgens welke de apparatuur uitsluitend voor privédoeleinden mag worden gebruikt, aangezien een dergelijke regeling niet onder het gecoördineerde gebied van die richtlijn valt.

Artikel 56 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat:

-    het zich verzet tegen een regeling van een lidstaat die de invoer, de verkoop en het gebruik in die staat verbiedt van buitenlandse decodeerapparatuur waarmee toegang kan worden verkregen tot een gecodeerde satellietomroepdienst uit een andere lidstaat die door de regeling van eerstgenoemde staat beschermd materiaal bevat,

-    aan die conclusie niet wordt afgedaan door de omstandigheid dat de buitenlandse decodeerapparatuur is verkregen of geactiveerd door verstrekking van een valse identiteit en een vals adres, met het opzet om de betrokken territoriale beperking te omzeilen, en evenmin door de omstandigheid dat die apparatuur voor commerciële doeleinden is gebruikt hoewel zij alleen voor privégebruik was bestemd.

De bedingen van een tussen een intellectuele-eigendomsrechthebbende en een omroeporganisatie gesloten exclusieve-licentieovereenkomst vormen een door artikel 101 VWEU verboden beperking van de mededinging wanneer zij de omroeporganisatie verplichten geen decodeerapparatuur die toegang verschaft tot het beschermde materiaal van die rechthebbende, aan te bieden voor gebruik buiten het door die licentieovereenkomst bestreken grondgebied.

Artikel 2, sub a, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, moet aldus worden uitgelegd dat het reproductierecht ook geldt voor fragmenten van voorbijgaande aard van de werken in het geheugen van een satellietdecoder en op een televisiescherm, op voorwaarde dat die fragmenten bestanddelen bevatten die de uitdrukking vormen van de eigen intellectuele schepping van de betrokken auteurs, zodat het samengestelde geheel van de gelijktijdig gereproduceerde fragmenten moet worden onderzocht om na te gaan of het dergelijke bestanddelen bevat.

Reproductiehandelingen als die in zaak C-403/08, die in het geheugen van een satellietdecoder en op een televisiescherm worden verricht, voldoen aan de in artikel 5, lid 1, van richtlijn 2001/29 genoemde voorwaarden en mogen derhalve zonder toestemming van de betrokken auteursrechthebbenden worden verricht.

Het begrip "mededeling aan het publiek" in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat het ook betrekking heeft op het vertonen van de uitgezonden werken, door middel van een televisiescherm en luidsprekers, aan de in een horecagelegenheid aanwezige klanten.

Richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel, moet aldus worden uitgelegd dat zij geen gevolgen heeft voor de rechtmatigheid van de in het geheugen van een satellietdecoder en op een televisiescherm verrichte reproductiehandelingen.

____________

1 - PB C 301 van 22.11.2008.