Language of document :

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 29 juni 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Hanseatische Oberlandesgericht Hamburg - Duitsland) – Strafzaak tegen Piotr Kossowski

(Zaak C-486/14)1

[Prejudiciële verwijzing – Schengenuitvoeringsovereenkomst – Artikelen 54 en 55, lid 1, onder a) – Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Artikel 50 – „Ne bis in idem”-beginsel – Toelaatbaarheid van de strafvervolging van een verdachte in een lidstaat na de beëindiging door het openbaar ministerie van de tegen hem in een andere lidstaat ingestelde strafprocedure zonder dat een uitgebreid onderzoek heeft plaatsgevonden – Geen beoordeling van de zaak ten gronde]

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Hanseatisches Oberlandesgericht Hamburg

Partij in de strafzaak

Piotr Kossowski

in tegenwoordigheid van: Generalstaatsanwaltschaft Hamburg

Dictum

Het ne-bis-in-idembeginsel, dat is neergelegd in artikel 54 van de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, ondertekend te Schengen (Luxemburg) op 19 juni 1990, gelezen in het licht van artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet aldus worden uitgelegd dat een beslissing van het openbaar ministerie waarbij de strafvervolging wordt beëindigd en het tegen een persoon gerichte onderzoek, onder voorbehoud van de heropening of de nietigverklaring van dit onderzoek, op definitieve wijze wordt afgesloten zonder dat sancties zijn opgelegd, niet als een onherroepelijke beslissing in de zin van deze artikelen kan worden aangemerkt wanneer uit de motivering van deze beslissing blijkt dat de bedoelde procedure is beëindigd zonder dat een uitgebreid onderzoek is verricht, waarbij het feit dat het slachtoffer en een eventuele getuige niet zijn gehoord, een aanwijzing vormt dat een dergelijk onderzoek achterwege is gebleven.

____________

1 PB C 16 van 19.1.2015.