Language of document :

Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 – Martens en Olsson / Commissie

(Zaak F-119/13)1

(Openbare dienst – Ambtenaren – Pensioenen – Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut – Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie krachtens een nationale pensioenregeling zijn verworven – Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie – Voorstel voor extra pensioenjaren – Exceptie van niet-ontvankelijkheid – Begrip bezwarend besluit – Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: Lieve Martens (Kessel-Lo, België) en Björn Mikael Olsson (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. de Abreu Caldas en J.-N. Louis, advocaten, vervolgens J.-N. Louis, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara, gemachtigde, ten slotte G. Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van de besluiten betreffende de overdracht van verzoekers’ pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Martens en Olsson dragen hun eigen kosten en worden verwezen in de kosten van de Europese Commissie.

____________

1 PB C 129 van 28.4.2014, blz. 37.