Language of document : ECLI:EU:F:2016:125

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Eerste kamer)

7 juni 2016

Zaak F‑108/12

Marco Verile

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Ambtenaren – Pensioenen – Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut – Overdracht van de in een nationale pensioenregeling verworven pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie – Voorstel voor extra pensioenjaren – Beroep – Nietigverklaring – Hogere voorziening – Herkwalificatie van de vordering tot nietigverklaring van het voorstel voor extra pensioenjaren – Uitlegging van de vordering tot nietigverklaring als strekkende tot nietigverklaring van het besluit tot toekenning van extra pensioenjaren na de overdracht van de pensioenrechten – Afwijzing van de vordering – Arrest in hogere voorziening dat gezag van gewijsde heeft gekregen – Afdoening zonder beslissing”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee Verile met name vraagt om nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 9 december 2011 tot toekenning aan hem van de extra pensioenjaren na de overdracht, krachtens artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie in de destijds geldende versie (hierna: „Statuut”), van het kapitaal dat de pensioenrechten vertegenwoordigt die hij in het kader van zijn nationale regeling had verworven aan de pensioenregeling van de Europese Unie alsmede, voor zover nodig, nietigverklaring van het besluit van het tot aanstelling bevoegd gezag van de Commissie tot afwijzing van zijn klacht tegen dat besluit.

Beslissing:      Er behoeft geen uitspraak te worden gedaan in zaak F‑108/12, Verile/Commissie. Verile en de Europese Commissie dragen elk hun eigen kosten.

Samenvatting

Beroep tot nietigverklaring – Beroep zonder voorwerp geraakt na een definitief arrest van de Unierechter in een andere zaak die, na herkwalificatie van het voorwerp van het beroep, hetzelfde voorwerp betreft – Afdoening zonder beslissing

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 85, lid 1)

Een beroep tot nietigverklaring is zonder voorwerp geraakt en er behoeft geen uitspraak meer te worden gedaan, wanneer het voorwerp van een arrest dat de Unierechter in een andere zaak heeft gewezen, na herkwalificatie van het voorwerp van beroep in die zaak, hetzelfde is geworden als dat van het betrokken beroep, de identiteit van de partijen in de beide zaken dezelfde is en voormeld arrest gezag van gewijsde heeft gekregen en dus definitief is geworden.

Daar het beginsel van eerbiediging van het gezag van gewijsde van fundamenteel belang is in de rechtsorde van de Unie, teneinde zowel de stabiliteit van het recht en van de rechtsbetrekkingen als een goede rechtspleging te garanderen, is het van belang dat rechterlijke beslissingen die definitief zijn geworden nadat de beschikbare beroepsmogelijkheden zijn uitgeput of nadat de beroepstermijnen zijn verstreken, niet meer opnieuw aan de orde kunnen worden gesteld.

(cf. punten 36‑39)

Referentie:

Hof: arrest van 16 maart 2006, Kapferer, C‑234/04, EU:C:2006:178, punt 20 en aldaar aangehaalde rechtspraak