Language of document : ECLI:EU:C:2016:937

ARREST VAN HET HOF (Tiende kamer)

8 december 2016 (*)

„Prejudiciële verwijzing – Verordening (EEG) nr. 2658/87 – Douane-unie en gemeenschappelijk douanetarief – Tariefindeling – Gecombineerde nomenclatuur – Posten 8539, 8541, 8543, 8548 en 9405 – Luminescentiediode-lampen (ledlampen)”

In zaak C‑600/15,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 6 november 2015, ingekomen bij het Hof op 16 november 2015, in de procedure

Staatssecretaris van Financiën

tegen

Lemnis Lighting BV,

wijst

HET HOF (Tiende kamer),

samengesteld als volgt: A. Borg Barthet (rapporteur), waarnemend voor de president van de Tiende kamer, E. Levits en F. Biltgen, rechters,

advocaat-generaal: Y. Bot,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

–        Lemnis Lighting BV, vertegenwoordigd door E. Mennes en B. Kalshoven, belastingadviseurs,

–        de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door K. Bulterman en B. Koopman als gemachtigden,

–        de Hongaarse regering, vertegenwoordigd door M. Fehér, G. Koós en A. Pálfy als gemachtigden,

–        de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A. Caeiros en P. Vanden Heede als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1        Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de tariefposten 8539, 8541, 8543, 8548 en 9405 van de gecombineerde nomenclatuur van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie van 20 september 2007 (PB 2007, L 286, blz. 1) (hierna: „GN”).

2        Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen de Nederlandse Staatssecretaris van Financiën (hierna: „douaneadministratie”) en Lemnis Lighting BV (hierna: „Lemnis Lighting”), over de tariefindeling van luminescentiediode-lampen (hierna: „ledlampen”).

 Toepasselijke bepalingen

 Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem

3        De Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie (WCO), is opgericht bij het op 15 december 1950 te Brussel gesloten internationale verdrag tot instelling van deze raad. Het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (hierna: „GS-verdrag”) is opgesteld door de WCO en ingevoerd bij het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”), dat op 14 juni 1983 te Brussel is gesloten en samen met het daarbij behorende protocol van wijziging van 24 juni 1986 namens de Europese Economische Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB 1987, L 198, blz. 1).

4        Krachtens artikel 3, lid 1, van het GS-verdrag verbindt elke verdragsluitende partij zich om haar tarief- en statistieknomenclaturen in overeenstemming te doen zijn met het GS, om alle posten en onderverdelingen ervan, zonder enige toevoeging of wijziging, alsmede de daarop betrekking hebbende numerieke codes te gebruiken, en om de volgorde van nummering van het GS in acht te nemen. Iedere verdragsluitende partij verbindt zich er tevens toe om de algemene regels voor de interpretatie van het GS, alsmede alle aantekeningen op de afdelingen, de hoofdstukken en de onderverdelingen van het GS toe te passen en de draagwijdte daarvan niet te wijzigen.

5        De WCO keurt, onder de in artikel 8 van het GS-verdrag vastgelegde voorwaarden, de door het comité voor het GS vastgestelde toelichtingen en indelingsadviezen goed.

6        De GS-toelichting op post 8541 van dit systeem luidt:

„A)      Dioden, transistors en dergelijke halfgeleiderelementen

[...]

Van deze groep kunnen worden genoemd:

I.–      Dioden. Dit zijn elementen met twee aansluitingen en één PN-overgang, die de elektrische stroom slechts in één richting doorlaten (doorlaatrichting) en een zeer grote weerstand bieden in de andere richting (sperrichting). Zij worden gebruikt voor detectie, gelijkrichten, schakelen, enz.

De voornaamste typen dioden zijn signaaldioden, vermogensgelijkrichterdioden, dioden voor het richten van elektrische spanningen, spanningsreferentiedioden;

II.–      Transistors [...]

III.– Dergelijke halfgeleiderelementen [...]

De hierboven omschreven elementen blijven onder deze post ingedeeld, ongeacht of zij gemonteerd zijn (voorzien van aansluitingen of geborgen in omhulling (componenten), niet gemonteerd zijn (elementen) of de vorm hebben van nog niet versneden schijfjes (wafers).

[...]

B)      Lichtgevoelige halfgeleiderelementen:

[...]

C)      Luminescentiedioden

Luminescentiedioden of lichtgevende dioden (bijvoorbeeld galliumarsenide- of galliumfosfidedioden) zijn artikelen die elektrische energie in zichtbare, infrarode of ultraviolette stralen omzetten. Zij worden bijvoorbeeld gebruikt om in gegevensverwerkende systemen gegevens te projecteren of over te dragen.

[...]”

7        De GS-toelichting op post 8543 van dit systeem vermeldt:

„Deze post omvat alle elektrische machines, apparaten en toestellen, voor zover zij niet [...] zijn genoemd en niet zijn begrepen onder een der andere posten van dit hoofdstuk en niet vallen onder een post met een meer specifieke omschrijving van enig ander hoofdstuk (in het bijzonder de hoofdstukken 84 en 90).

Als machines, apparaten en toestellen in de zin van deze post worden aangemerkt de elektrische inrichtingen die een eigen functie hebben. Hetgeen met betrekking tot machines, toestellen en werktuigen met een eigen functie is bepaald in de toelichting op post 8479 is van overeenkomstige toepassing op de machines, apparaten en toestellen van deze post.

Voor het merendeel betreft het hier samenstellingen van elementaire elektrotechnische artikelen (lampen, transformatoren, condensatoren, smoorspoelen, weerstanden), die uitsluitend elektrisch werken. Elektrotechnische artikelen die mechanische uitrustingen hebben blijven echter onder deze post ingedeeld, indien deze uitrustingen slechts van bijkomstig belang zijn in verhouding tot de elektrische delen van de machine of van het toestel.”

8        De GS-toelichting op post 8479 van dit systeem luidt:

„Deze post is beperkt tot machines en mechanische toestellen die een eigen functie hebben, en die:

[...]

c)      niet ingedeeld kunnen worden onder een bepaalde post van dit hoofdstuk, omdat:

[...]

1)      geen andere post de machines en toestellen omvat door een verwijzing naar hun functie, omschrijving of type;

[...]

De machines en mechanische toestellen bedoeld bij deze post onderscheiden zich van de delen van machines en toestellen die overeenkomstig de regels als delen van machines en toestellen worden ingedeeld, door de omstandigheid dat zij een eigen functie hebben.

Voor de toepassing van het vorenstaande worden geacht een eigen functie te hebben:

A)      Mechanische inrichtingen [...] die geheel onafhankelijk van elke andere machine, van elk ander toestel of ander werktuig kunnen functioneren. [...]

B)      Mechanische inrichtingen die slechts kunnen functioneren indien zij op een andere machine, een ander toestel of werktuig zijn gemonteerd of zijn opgenomen in een meer complex geheel, onder voorwaarde evenwel dat hun functie:

1)      zich onderscheidt van die van de machine, het toestel of het werktuig waarop zij moeten worden gemonteerd of van die van het geheel waarvan zij deel gaan uitmaken, en

2)      geen integrerend en onscheidbaar deel vormt van de functie van die machine, dat toestel, werktuig of geheel.

[...]”

9        De GS-toelichting op post 9405 luidt als volgt:

„Tot deze post worden ook gerekend delen van verlichtingstoestellen, van lichtreclames, van verlichte aanwijzingsborden en dergelijke artikelen, die als zodanig herkenbaar zijn en elders niet specifiek zijn omschreven, [...]

Afzonderlijk aangeboden delen van deze artikelen (bijvoorbeeld fittingen, schakelaars, onderbrekers, transformators, starters, ballasts) vallen onder hoofdstuk 85.

[...]

Eveneens van deze post uitgesloten zijn:

[...]

h)      Gloeilampen en -buizen en gasontladingslampen en -buizen (waaronder die in de vorm van krullen, letters, cijfers, sterren , enz.) en booglampen (nr. 85.39).

[...]”

 De GN

10      De tariefindeling van goederen die in de Europese Unie worden ingevoerd, wordt geregeld door de GN, die is gebaseerd op het GS.

11      Ingevolge artikel 12, lid 1, van verordening nr. 2658/87, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 254/2000 van de Raad van 31 januari 2000 (PB 2000, L 28, blz. 16), stelt de Europese Commissie jaarlijks bij verordening een volledige versie van de GN met de daarbij behorende tarieven van de douanerechten vast, zoals die uit de door de Raad van de Europese Unie of de Commissie vastgestelde bepalingen voortvloeit. Deze verordening is van toepassing vanaf 1 januari van het volgende kalenderjaar.

12      De GN-versies die van toepassing zijn op de in het hoofdgeding aan de orde zijnde feiten, die zich hebben afgespeeld tussen mei 2008 en maart 2011, zijn de versies die voortvloeien uit achtereenvolgens verordening nr. 1214/2007, verordening (EG) nr. 1031/2008 van de Commissie van 19 september 2008 (PB 2008, L 291, blz. 1), verordening (EG) nr. 948/2009 van de Commissie van 30 september 2009 (PB 2009, L 287, blz. 1) en verordening (EU) nr. 861/2010 van de Commissie van 5 oktober 2010 (PB 2010, L 284, blz. 1). Aangezien de bewoordingen van de op deze feiten toepasselijke GN-bepalingen niet zijn beïnvloed door deze opeenvolgende wijzigingen, dient te worden verwezen naar de versie die voortvloeit uit verordening nr. 1214/2007.

13      Het eerste deel van de GN bevat een aantal inleidende bepalingen. Titel I van dit deel, houdende algemene bepalingen, bevat een afdeling A, „Algemene regels voor de interpretatie van de [GN]”, die luidt als volgt:

„Voor de indeling van goederen in de [GN] gelden de volgende bepalingen.

1.      De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels.

[...]

4.      Goederen die niet kunnen worden ingedeeld overeenkomstig vorenstaande regels, worden ingedeeld onder de post die van toepassing is op de goederen waarmee zij de meeste overeenkomst vertonen.

[...]

6.      Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ‚mutatis mutandis’ de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.”

14      Het tweede deel van de GN, met het opschrift „Tabel der rechten”, bevat onder meer afdeling XVI, waarvan aantekening 4 als volgt luidt:

„Indien een machine of een combinatie van machines uit individuele elementen bestaat (ook indien afzonderlijk opgesteld of onderling verbonden door elektrische of andere leidingen, overbrengingsmechanismen of andere voorzieningen), bestemd om gezamenlijk een welbepaalde functie te verrichten, zoals bedoeld bij een der posten van hoofdstuk 84 of 85, wordt het geheel ingedeeld onder de post die in verband met die functie van toepassing is.”

15      Afdeling XVI van de GN bevat een hoofdstuk 85, met het opschrift „Elektrische machines, apparaten, uitrustingsstukken, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, toestellen voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen”.

16      Aantekening 8 op hoofdstuk 85 van de GN bepaalt:

„Voor de toepassing van de posten 8541 en 8542 wordt verstaan onder:

‚dioden, transistors en dergelijke halfgeleiderelementen’, elementen waarvan de werking afhankelijk is van variaties in de soortelijke weerstand onder de invloed van een elektrisch veld;

[...]

Voor de indeling van de in deze aantekening omschreven goederen hebben de posten 8541 en 8542 voorrang boven alle andere posten van de nomenclatuur, met uitzondering van post 8523, waaronder die goederen, bijvoorbeeld in verband met hun functie, eventueel zouden kunnen worden ingedeeld.”

17      Aantekening 9 op hoofdstuk 85 van de GN bepaalt:

„Voor de toepassing van post 8548 wordt onder ‚gebruikte elektrische elementen, gebruikte elektrische batterijen en gebruikte elektrische accumulatoren’ verstaan, die welke als zodanig onbruikbaar zijn geworden door breuk, versnijden, slijtage of dergelijke, of die welke niet geschikt zijn om te worden herladen.”

18      Dit hoofdstuk bevat onder meer de volgende tariefposten:

„8539

Elektrische gloeilampen en -buizen en elektrische gasontladingslampen en -buizen, „sealed beam”-lampen en lampen en buizen voor ultraviolette of voor infrarode stralen daaronder begrepen; booglampen

  

[...]

[...]

8541

Dioden, transistors en dergelijke halfgeleiderelementen; lichtgevoelige halfgeleiderelementen (daaronder begrepen fotovoltaïsche cellen, ook indien samengevoegd tot modules of tot panelen); luminescentiedioden; gemonteerde piezo-elektrische kristallen

  

[...]

[...]

8543

Elektrische machines, apparaten en toestellen, met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk

[...]

[...]

8548

Resten en afval, van elektrische elementen, van elektrische batterijen en van elektrische accumulatoren; gebruikte elektrische elementen, gebruikte elektrische batterijen en gebruikte elektrische accumulatoren; elektrische delen van machines, van apparaten of van toestellen, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk

[...]”


19      Hoofdstuk 94 van de GN, opgenomen in afdeling XX van deze nomenclatuur, heeft als opschrift „Meubelen (ook voor medisch of voor chirurgisch gebruik); artikelen voor bedden en dergelijke artikelen; verlichtingstoestellen, elders genoemd noch elders onder begrepen; lichtreclames, verlichte aanwijzingsborden en dergelijke artikelen; geprefabriceerde bouwwerken”. Dit hoofdstuk bevat tariefpost 9405, die als volgt is geformuleerd:

„Verlichtingstoestellen (zoeklichten en schijnwerpers daaronder begrepen) en delen daarvan, elders genoemd noch elders onder begrepen; lichtreclames, verlichte aanwijzingsborden en dergelijke artikelen, voorzien van een vast aangebrachte lichtbron, alsmede elders genoemde noch elders onder begrepen delen daarvan:

[...]”

 Hoofdgeding en prejudiciële vraag

20      Lemnis Lighting heeft tijdens de periode van mei 2008 tot en met maart 2011 aangiften gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van ledlampen.

21      De ledlampen zijn samengesteld uit verschillende elektronische componenten, een omhulsel van glas en een metalen fitting. Zij zijn bestemd te worden aangebracht in een armatuur en dienen tot verlichting.

22      Een van de elektronische componenten is een gedrukte schakeling (printed circuit board of pcb; hierna: „pcb”) die een vierkante vorm heeft met zijden van 14 mm, waarop 6 luminescentiedioden (light emitting diodes; hierna: „luminescentiedioden”) zijn aangebracht. De luminescentiedioden zetten elektrische energie, afkomstig van het elektriciteitsnet, om in zichtbaar licht zodra een elektrische stroom in de doorlaatrichting door de diode gaat.

23      De pcb met de luminescentiedioden wordt omhuld door een glazen bol. Voorts beschikken de ledlampen over een fitting met zogeheten Edison-schroefdraad met een diameter van 27 mm (de zogenoemde „E27”-fitting; hierna: „fitting”). Daarmee kunnen de ledlampen in een armatuur worden aangebracht.

24      De luminescentiedioden vereisen een constante stroomtoevoer. Daarom is tussen de fitting en de pcb een elektronische component geplaatst die als functie heeft de stroomwisselingen op te vangen die zich in het elektriciteitsnet voordoen. Deze elektronische component behelst onder meer dioden, transistors, weerstanden, condensatoren en spoelen, alsmede geïntegreerde schakelingen.

25      De ledlampen zijn door Lemnis Lighting aangegeven als vallend onder GN-postonderverdeling 8541 40 10, waarvoor een douanetarief van 0 % geldt.

26      De douaneadministratie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ledlampen moesten vallen onder GN-postonderverdeling 8543 70 90, met een douanetarief van 3,7 %, en heeft aan Lemnis Lighting uitnodigingen uitgereikt tot betaling van het overeenkomstige bedrag aan douanerechten.

27      Lemnis Lighting heeft tegen dat indelingsbesluit bezwaar gemaakt, welk bezwaar door de douaneadministratie werd verworpen. Zij heeft vervolgens tegen die uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank Haarlem, die dit beroep ongegrond heeft verklaard. Tegen die uitspraak heeft Lemnis Lighting hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

28      De rechter in hoger beroep oordeelde dat de ledlampen krachtens regel 4 van de algemene regels voor de interpretatie van de GN kunnen worden ingedeeld onder postonderverdeling 8539 22 90 van deze nomenclatuur, met een douanetarief van 2,7 %, aangezien de ledlampen de meeste overeenstemming vertonen met de in post 8539 van de GN bedoelde gloeilampen.

29      De douaneadministratie heeft tegen dat arrest van het gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld bij de verwijzende rechter, de Hoge Raad der Nederlanden. Lemnis Lighting heeft tegen datzelfde arrest incidenteel beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad twijfelt over de tariefindeling van de ledlampen.

30      Hij is namelijk van oordeel dat volgens regel 1 van de algemene regels voor de interpretatie van de GN geen van de posten 8539, 8541 en 8543 van de GN in aanmerking komt, zodat de vraag rijst of indeling met behulp van regels 2, 3 of eventueel 4 van deze algemene regels mogelijk is. Voorts stelt hij dat indien de ledlampen moeten worden aangemerkt als „elektrische delen van machines” of als „verlichtingstoestellen en delen daarvan”, de vraag rijst of zij zouden kunnen vallen onder respectievelijk post 8548 of 9405 van de GN.

31      Daarop heeft de Hoge Raad der Nederlanden de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:

„Dienen de posten 8539, 8541, 8543, 8548 en 9405 van de GN aldus te worden uitgelegd dat producten als de ledlampen, die zijn samengesteld uit lichtgevende dioden en andere elektrische componenten, alsmede een glazen omhulsel en een Edison-fitting, en die dienen tot verlichting na te zijn aangebracht in een verlichtingstoestel, onder een van deze posten moeten worden ingedeeld? Zo ja, onder welke van deze posten dienen de producten dan te worden ingedeeld? Zo nee, onder welke andere post dient indeling dan plaats te vinden?”

 Beantwoording van de prejudiciële vraag

32      Met zijn vragen wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen onder welke van de posten 8539, 8541, 8543, 8548 of 9405 van de GN goederen als de in het hoofdgeding aan de orde zijnde ledlampen vallen.

33      Om te beginnen dient eraan te worden herinnerd dat het Hof, wanneer het wordt verzocht om een prejudiciële beslissing over een vraag op het gebied van de tariefindeling, tot taak heeft om de nationale rechter de criteria aan te reiken aan de hand waarvan deze de betrokken producten correct in de GN kan indelen, en niet zozeer om zelf deze producten in te delen, temeer daar het Hof niet altijd over de daarvoor noodzakelijke gegevens beschikt. De nationale rechter lijkt hiertoe in elk geval beter te zijn toegerust (arrest van 12 juni 2014, Lukoyl Neftohim Burgas, C‑330/13, EU:C:2014:1757, punt 27 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

34      Het staat dus aan de verwijzende rechter de in het hoofdgeding aan de orde zijnde producten in te delen in het licht van het antwoord van het Hof op de door hem gestelde vraag.

35      Teneinde de verwijzende rechter een nuttig antwoord te geven, zij meteen opgemerkt, ten eerste, dat, zoals blijkt uit punt 13 van het onderhavige arrest, volgens de algemene regels voor de interpretatie van de GN de bewoordingen van de posten en van de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken bepalend zijn voor de indeling van goederen, terwijl de tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden.

36      Ten tweede is het vaste rechtspraak van het Hof dat het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen – ter wille van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle – in de regel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de GN-post en van de aantekeningen op de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (arrest van 12 juni 2014, Lukoyl Neftohim Burgas, C‑330/13, EU:C:2014:1757, punt 34 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

37      Aangaande de toelichtingen op het GS zij daaraan toegevoegd dat die weliswaar niet bindend zijn, maar toch belangrijke instrumenten vormen ter verzekering van de uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief, die als zodanig nuttige gegevens bevatten voor de uitlegging daarvan (arrest van 17 maart 2016, Sonos Europe, C‑84/15, EU:C:2016:184, punt 33 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

38      In casu worden ledlampen als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, noch in de tekst van de GN-posten 8539, 8541, 8548 en 9405, of in die van de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken van de GN, noch in de toelichting op de GN of het GS expliciet genoemd.

39      Desalniettemin moet worden onderzocht of voornoemde ledlampen kunnen worden ingedeeld onder een van die GN-posten.

40      Wat GN-post 8539 betreft, volgt uit de tekst daarvan dat deze specifiek en exclusief verwijst naar „elektrische gloeilampen en -buizen en elektrische gasontladingslampen en -buizen, ‚sealed beam’-lampen en lampen en buizen voor ultraviolette of voor infrarode stralen daaronder begrepen; booglampen”. Bijgevolg heeft deze post enkel betrekking op lampen die voor het produceren van licht een bijzondere techniek gebruiken.

41      De objectieve kenmerken en eigenschappen van goederen als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, stemmen niet met die tekst overeen. De ledlampen stralen namelijk licht uit door middel van luminescentiedioden, dat wil zeggen middels een procedé van lichtverspreiding dat niet valt onder GN-post 8539.

42      Bijgevolg kunnen goederen als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, niet onder GN-post 8539 vallen.

43      GN-post 8541 heeft met name betrekking op „luminescentiedioden”. Zoals blijkt uit de verwijzingsbeslissing en de bij het Hof ingediende opmerkingen, staat vast dat de ledlampen zijn samengesteld uit deze dioden.

44      In dit verband zij opgemerkt dat volgens de GS-toelichting op post 8541 deze post met name luminescentiedioden of lichtgevende dioden omvat die artikelen zijn die elektrische energie in zichtbare, infrarode of ultraviolette stralen omzetten. Zij worden bijvoorbeeld gebruikt om in gegevensverwerkende systemen gegevens te projecteren of over te dragen.

45      Hieruit volgt dat GN-post 8541 luminescentiedioden omvat die niet zijn samengevoegd met andere elektronische componenten. Vastgesteld moet evenwel worden dat de ledlampen niet enkel zijn samengesteld uit luminescentiedioden, maar ook uit talrijke andere componenten die nodig zijn voor de werking ervan, zoals een glazen bol, een pcb en een fitting.

46      Bijgevolg kunnen de ledlampen niet onder GN-post 8541 vallen.

47      Aangaande GN-post 8548 moet worden vastgesteld dat deze onder meer „elektrische delen van machines, van apparaten of van toestellen” omvat.

48      Er zij aan herinnerd dat, hoewel de GN geen definitie bevat van het begrip „delen” in de zin van GN-post 8548, uit de rechtspraak die het Hof heeft ontwikkeld binnen de context van de hoofdstukken 84 en 85 van afdeling XVI en van hoofdstuk 90 van afdeling XVIII van de GN, niettemin volgt dat het begrip „delen” de aanwezigheid impliceert van een geheel, voor de werking waarvan deze delen noodzakelijk zijn. Uit deze rechtspraak volgt dat, om een artikel te kunnen doen vallen onder de „delen” in de zin van bovengenoemde hoofdstukken, het niet voldoende is dat wordt aangetoond dat de machine of het apparaat zonder dat artikel niet de functie kan vervullen waarvoor het is bestemd, doch eveneens dient te worden aangetoond dat de mechanische of elektronische werking van die machine of dat apparaat afhangt van de aanwezigheid van dat artikel (arrest van 12 december 2013, HARK, C‑450/12, EU:C:2013:824, punt 36 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

49      In casu volgt uit de feitelijke vaststellingen van de verwijzende rechter dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde ledlampen kunnen worden aangebracht in een armatuur. Bovendien vereisen de luminescentiedioden een constante stroomtoevoer. Zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen betoogt, hangt het mechanisch of elektrisch functioneren van een verlichtingstoestel, ook al kan dit toestel zonder lamp geen licht verspreiden, evenwel niet af van het al dan niet aanwezig zijn van een ledlamp.

50      Derhalve moet worden vastgesteld dat de ledlamp niet onmisbaar is voor de werking van een armatuur. Gelet op de in punt 48 van het onderhavige arrest aangehaalde rechtspraak van het Hof, kan een dergelijke lamp dus niet worden aangemerkt als een van de „delen” van een armatuur en, bijgevolg, niet onder GN-post 8548 vallen.

51      Bovendien kunnen ledlampen niet worden aangemerkt als „verlichtingstoestellen (zoeklichten en schijnwerpers daaronder begrepen) en delen daarvan”, in de zin van GN-post 9405.

52      In het belang van een coherente en uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief dient het begrip „delen”, in de zin van GN-post 9405, immers dezelfde definitie te krijgen als die welke voortvloeit uit de rechtspraak van het Hof over andere hoofdstukken van de GN, zoals de in punt 48 van het onderhavige arrest genoemde rechtspraak.

53      Bijgevolg kunnen de ledlampen niet vallen onder GN-post 9405, aangezien zij, zoals volgt uit de punten 49 en 50 van het onderhavige arrest, niet kunnen worden aangemerkt als „delen” van verlichtingstoestellen voor de werking waarvan deze lampen onmisbaar zijn.

54      Wat GN-post 8543 betreft, volgt uit de tekst van deze post dat deze „elektrische machines, apparaten en toestellen, met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van [...] hoofdstuk [85 van de GN]” omvat. Een product komt derhalve slechts voor indeling onder die post in aanmerking indien het niet kan worden ingedeeld onder een andere post van hoofdstuk 85. Uit de punten 42, 46 en 50 van het onderhavige arrest vloeit voort dat dit in casu het geval is (zie naar analogie arrest van 25 februari 2016, G.E. Security, C‑143/15, EU:C:2016:115, punt 71).

55      Bovendien is GN-post 8543 enkel van toepassing op een elektrische machine of een elektrisch apparaat of toestel wanneer deze machine of dit apparaat of toestel een eigen functie heeft (zie arrest van 20 november 2014, Rohm Semiconductor, C‑666/13, EU:C:2014:2388, punt 27).

56      In de GS-toelichting op post 8543 van dit systeem is immers aangegeven dat als „machines, apparaten en toestellen” in de zin van deze post worden aangemerkt de elektrische inrichtingen die een eigen functie hebben. Deze toelichting brengt ook in herinnering dat het bij deze machines, apparaten en toestellen merendeels gaat om samengevoegde elektrische basiscomponenten (lampen, transformatoren, condensatoren, zelfinductoren, weerstanden, enz.) die uitsluitend op elektriciteit functioneren, doch dat onder deze afdeling ook elektrische producten met mechanische componenten vallen, mits deze slechts een ondergeschikte rol spelen ten opzichte van de elektrische bestanddelen van de machine of het toestel. Bovendien preciseert dit punt dat hetgeen met betrekking tot machines, toestellen en werktuigen met een eigen functie is bepaald in de toelichting op post 8479 van het GS, van overeenkomstige toepassing is op de machines, apparaten en toestellen van post 8543 van het GS.

57      In dit verband wordt in de toelichting op post 8479 van dit systeem gepreciseerd dat deze, ten eerste, is beperkt tot machines en mechanische toestellen die een eigen functie hebben en die niet ingedeeld kunnen worden onder een bepaalde post van hoofdstuk 84 van het GS omdat geen andere post de machines en toestellen omvat door een verwijzing naar hun functie of type, en, ten tweede, dat de machines en toestellen bedoeld bij deze post zich van de delen van machines en toestellen die overeenkomstig de regels als delen van machines en toestellen worden ingedeeld, onderscheiden door de omstandigheid dat zij een eigen functie hebben.

58      In casu hebben de ledlampen een verlichtingsfunctie. Deze functie hebben zij dankzij de luminescentiedioden waardoor constant stroom circuleert. In dit opzicht hoeven deze lampen niet noodzakelijkerwijs te zijn geïntegreerd in een armatuur teneinde de verlichtingsfunctie te kunnen uitoefenen, aangezien een elektrische stroom voldoende is om ze te laten functioneren. Derhalve hebben de ledlampen een eigen functie.

59      Gelet op een en ander moet op de prejudiciële vraag worden geantwoord dat de GN aldus moet worden uitgelegd dat goederen als de in het hoofdgeding aan de orde zijnde ledlampen, onder voorbehoud van de beoordeling door de verwijzende rechter van alle feitelijke gegevens waarover hij beschikt, onder GN-post 8543 vallen.

 Kosten

60      Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Tiende kamer) verklaart voor recht:

De gecombineerde nomenclatuur van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie van 20 september 2007, moet aldus worden uitgelegd dat goederen als de in het hoofdgeding aan de orde zijnde luminescentiediode-lampen, onder voorbehoud van de beoordeling door de verwijzende rechter van alle feitelijke gegevens waarover hij beschikt, onder post 8543 van deze nomenclatuur vallen.

Borg Barthet

Levits

Biltgen

Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 8 december 2016.

De griffier

 

      Waarnemend president van de Tiende kamer

A. Calot Escobar

 

      A. Borg Barthet


** Procestaal: Nederlands.