Language of document :

Beroep ingesteld op 29 november 2016 – Europese Commissie / Bondsrepubliek Duitsland

(Zaak C-620/16)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls, L. Havas, J. Hottiaux, gemachtigden)

Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland

Conclusies

vaststellen dat de Bondsrepubliek Duitsland besluit 2014/699/EU van de Raad1 en artikel 4, lid 3, VEU heeft geschonden doordat zij op de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF tegen het in dat besluit vastgestelde standpunt heeft gestemd en publiekelijk protest heeft geuit tegen zowel dit standpunt als de uitoefening van het stemrecht door de Unie waarin dat besluit voorzag;

de Bondsrepubliek Duitsland verwijzen in de kosten van de procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster het volgende aan.

De Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer (OTIF), waarvan behalve de 26 lidstaten ook de Europese Unie deel uitmaakt, beheert het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF).

Op de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF werd over bepaalde amendementen op het verdrag en de aanhangsels daarvan gestemd. Ten aanzien van enkele van deze punten had de Raad in besluit 2014/699/EU het standpunt van de Unie vastgesteld.

Op de zitting in kwestie stemde Duitsland op twee punten tegen het in dit besluit vastgestelde standpunt en uitte het publiekelijk protest tegen dit standpunt en in één geval ook tegen de uitoefening van het stemrecht door de Unie waarin dat besluit voorzag.

Deze handelwijze is onverenigbaar met zowel het genoemde besluit 2014/699/EU als artikel 4, lid 3, VEU.

____________

1 Besluit 2014/699/EU van de Raad van 24 juni 2014 tot vaststelling van het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF ten aanzien van bepaalde amendementen op het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) en op de aanhangsels daarvan (PB 2014, L 293, blz. 26).