Language of document :

Arrest van het Gerecht van 10 januari 2017 – Gascogne Sack Deutschland GmbH en Gascogne / Europese Unie

(Zaak T-577/14)1

(„Niet-contractuele aansprakelijkheid – Nauwkeurigheid van het verzoekschrift – Verjaring – Ontvankelijkheid– Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten – Redelijke procestermijn – Materiële schade – Geleden verliezen – Rente over het niet-voldane bedrag van de geldboete – Kosten van een bankgarantie – Verlies van een kans – Immateriële schade – Causaal verband”)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: Gascogne Sack Deutschland GmbH (Wieda, Duitsland) en Gascogne (Saint-Paul-les-Dax, Frankrijk) (vertegenwoordigers: F. Puel, E. Durand en L. Marchal, advocaten)

Verwerende partij: Europese Unie, vertegenwoordigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie (vertegenwoordigers: aanvankelijk A. Placco, vervolgens J. Inghelram en S. Chantre, gemachtigden)

Interveniënte aan de zijde van de verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: N. Khan, V. Bottka en P. van Nuffel, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek krachtens artikel 268 VWEU strekkende tot vergoeding van de schade die verzoeksters stellen te hebben geleden wegens de duur van de procedure voor het Gerecht in de zaken die hebben geleid tot de arresten van 16 november 2011, Groupe Gascogne/Commissie (T-72/06, niet gepubliceerd, EU:T:2011:671), en Sachsa Verpackung/Commissie (T-79/06, niet gepubliceerd, EU:T:2011:674)

Dictum

De Europese Unie, vertegenwoordigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 47 064,33 EUR aan Gascogne voor de materiële schade die deze vennootschap heeft geleden wegens schending van de redelijke procestermijn in de zaken die hebben geleid tot de arresten van 16 november 2011, Groupe Gascogne/Commissie (T-72/06, niet gepubliceerd, EU:T:2011:671), en Sachsa Verpackung/Commissie (T-79/06, niet gepubliceerd, EU:T:2011:674). Op dit bedrag wordt compensatoire rente toegepast, te rekenen vanaf 4 augustus 2014 tot de datum van uitspraak van het onderhavige arrest, tegen het door Eurostat (bureau voor de statistiek van de Europese Unie) voor de betrokken periode in de lidstaat van vestiging van voornoemde vennootschap vastgestelde jaarlijkse inflatiepercentage.

De Unie, vertegenwoordigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 5 000 EUR aan Gascogne Sack Deutschland GmbH en een schadevergoeding van 5 000 EUR aan Gascogne voor de immateriële schade die deze vennootschappen onderscheidenlijk hebben geleden wegens schending van de redelijke procestermijn in de zaken T-72/06 en T-79/06.

Elk van de in de punten 1) en 2) hierboven genoemde vergoedingen zal worden vermeerderd met vertragingsrente vanaf de uitspraak van het onderhavige arrest tot aan de volledige voldoening ervan, tegen de rentevoet die de Europese Centrale Bank (ECB) voor zijn basisherfinancieringsoperaties heeft vastgesteld, vermeerderd met twee procentpunten.

Het beroep wordt verworpen voor het overige.

De Unie, vertegenwoordigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, wordt verwezen in haar eigen kosten en die van Gascogne Sack Deutschland en Gascogne in verband met de exceptie van niet-ontvankelijkheid die heeft geleid tot de beschikking van 2 februari 2015, Gascogne Sack Deutschland en Gascogne/Europese Unie (T-577/14, niet gepubliceerd, EU:T:2015:80).

Gascogne Sack Deutschland en Gascogne, enerzijds, en de Unie, vertegenwoordigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, anderzijds, dragen ieder hun eigen kosten in verband met de beroepen die tot het onderhavige arrest hebben geleid.

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten.

____________

1     PB C 351 van 6.10.2014.