Language of document : ECLI:EU:C:2016:842

Zaak C‑42/15

Home Credit Slovakia a.s.

tegen

Klára Bíróová

(verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Okresný súd Dunajská Streda)

„Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2008/48/EG – Bescherming van de consument – Consumentenkrediet – Artikel 1, artikel 3, onder m), artikel 10, leden 1 en 2, artikel 22, lid 1, en artikel 23 – Uitlegging van de uitdrukkingen ‚op papier’ en ‚andere duurzame drager’ – Overeenkomst die naar een ander document verwijst – Vereiste van ‚schriftelijke vorm’ in de zin van het nationale recht – Vermelding van de vereiste informatie door verwijzing naar objectieve parameters – Gegevens die in een kredietovereenkomst van bepaalde duur moeten worden vermeld – Gevolgen van het ontbreken van verplichte informatie – Evenredigheid”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Derde kamer) van 9 november 2016

1.        Bescherming van de consument – Kredietovereenkomsten voor consumenten – Richtlijn 2008/48 – Vormvereisten voor een kredietovereenkomst – Noodzaak om alle gegevens met betrekking tot een kredietovereenkomst in één document op te nemen – Geen – Nationale regeling op grond waarvan partijen alle onderdelen van een kredietovereenkomst moeten ondertekenen opdat deze geldig is – Toelaatbaarheid

[Richtlijn 2008/48 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3, m), en 10, leden 1 en 2]

2.        Bescherming van de consument – Kredietovereenkomsten voor consumenten – Richtlijn 2008/48 – Eisen inzake de in de overeenkomst te vermelden informatie –Verplichting om elke door de consument te verrichten betaling met vermelding van een nauwkeurige datum aan te geven – Geen

[Richtlijn 2008/48 van het Europees Parlement en de Raad, art. 10, lid 2, h)]

3.        Bescherming van de consument – Kredietovereenkomsten voor consumenten – Richtlijn 2008/48 – Eisen inzake de in de overeenkomst te vermelden informatie –Verplichting om in een kredietovereenkomst een overzicht van de rekening in de vorm van een aflossingstabel op te nemen – Geen – Nationale regeling die de kredietgever een dergelijke verplichting oplegt – Ontoelaatbaarheid

[Richtlijn 2008/48 van het Europees Parlement en de Raad, art. 10, leden 2, h) en i), en 3]

4.        Bescherming van de consument – Kredietovereenkomsten voor consumenten – Richtlijn 2008/48 – Nationale sanctieregeling – Eisen inzake de in een kredietovereenkomst te vermelden informatie – Nationale regeling op grond waarvan een in strijd met die vereisten gesloten kredietovereenkomst wordt geacht rente en kostenvrij te zijn verstrekt – Toelaatbaarheid – Voorwaarde

(Richtlijn 2008/48 van het Europees Parlement en de Raad, art. 10, lid 2, en 23)

1.      Artikel 10, leden 1 en 2, van richtlijn 2008/48 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102, gelezen in samenhang met artikel 3, onder m), van die richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat:

–        de kredietovereenkomst niet noodzakelijkerwijs op één document hoeft te worden opgesteld, maar dat alle in artikel 10, lid 2, van genoemde richtlijn bedoelde gegevens moeten worden vermeld op papier of op een andere duurzame drager;

–        het er zich niet tegen verzet dat de lidstaat in zijn nationale regeling bepaalt dat de op papier opgestelde kredietovereenkomst die onder het toepassingsgebied van richtlijn 2008/48 valt, moet worden getekend door partijen, en dat dat vereiste van ondertekening geldt voor alle in artikel 10, lid 2, van die richtlijn bedoelde onderdelen van die overeenkomst.

Ofschoon niet alle in artikel 10, lid 2, van richtlijn 2008/48 bedoelde informatie in één document hoeft te worden opgenomen, moet er wel op worden gewezen dat, gelet op het bepaalde in het eerste lid van dat artikel, alle in dat lid 2 genoemde informatie moet worden vermeld op papier of op een andere duurzame drager en deel moet uitmaken van de kredietovereenkomst. Voor zover bovendien de in artikel 10, lid 2, van richtlijn 2008/48 bedoelde informatie duidelijk en beknopt moet worden vermeld, dient de kredietovereenkomst duidelijk en nauwkeurig te verwijzen naar de aan de consument vóór het sluiten van de overeenkomst daadwerkelijk overhandigde andere papieren dragers of de andere duurzame dragers die die informatie bevatten, opdat deze laatste daadwerkelijk kennis kan nemen van al zijn rechten en verplichtingen.

Volgens de bewoordingen van artikel 10, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 2008/48 is dat artikel van toepassing onverminderd nationale voorschriften inzake de geldigheid van het sluiten van kredietovereenkomsten, mits deze voorschriften overeenstemmen met het Unierecht. In zoverre valt het vereiste van ondertekening door partijen onder een nationaal voorschrift inzake de geldigheid van het sluiten van kredietovereenkomsten in de zin van artikel 10, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 2008/48.

Wanneer een lidstaat in zijn nationale wetgeving bepaalt dat het vereiste van ondertekening door partijen voor een kredietovereenkomst geldt voor alle onderdelen van die overeenkomst – het is aan de verwijzende rechterlijke instantie om dit te verifiëren – verzet noch richtlijn 2008/48 noch het Unierecht in het algemeen zich tegen dat vereiste.

(zie punten 33, 34, 39‑40, 44, 45, dictum 1)

2.      Artikel 10, lid 2, onder h), van richtlijn 2008/48 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102 moet aldus worden uitgelegd dat de kredietovereenkomst niet elke door de consument te verrichten betaling met vermelding van een nauwkeurige datum hoeft aan te geven, mits de consument aan de hand van de voorwaarden van die overeenkomst zonder problemen met zekerheid kan weten op welke data hij moet betalen.

(zie punt 50, dictum 2)

3.      Artikel 10, lid 2, onder h) en i), van richtlijn 2008/48 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102 moet aldus worden uitgelegd dat de kredietovereenkomst met een vaste looptijd waarbij het kapitaal wordt afgelost door achtereenvolgende betalingen, niet in de vorm van een aflossingstabel hoeft te preciseren, met welk deel van elke betaling het kapitaal zal worden afgelost. Die bepalingen, gelezen in samenhang met artikel 22, lid 1, van die richtlijn, verzetten zich ertegen dat een lidstaat die verplichting in zijn nationale regeling opneemt.

Gelet op de duidelijke bewoordingen van de bepalingen van artikel 10, lid 2, onder h), op grond waarvan de kredietovereenkomst enkel hoeft te vermelden het bedrag, het aantal, de frequentie en in voorkomend geval de volgorde van de betalingen, en van artikel 10, leden 2, onder i), en 3, bepalende dat de kredietgever enkel op verzoek van de consument een overzicht van de rekening in de vorm van een aflossingstabel hoeft te verstrekken, kan worden vastgesteld dat richtlijn 2008/48 niet de verplichting oplegt, een dergelijk overzicht in de vorm van een aflossingstabel in de kredietovereenkomst op te nemen.

Voor onder het toepassingsgebied van richtlijn 2008/48 vallende overeenkomsten mogen de lidstaten voor partijen bij de overeenkomst geen verplichtingen vaststellen die niet in die richtlijn zijn voorzien, wanneer deze laatste ter zake van die verplichtingen geharmoniseerde bepalingen bevat. Dat is het geval met artikel 10, lid 2, van die richtlijn, dat voorziet in harmonisatie voor de gegevens die verplicht in de kredietovereenkomst moeten worden opgenomen

(zie punten 52‑56, 59, dictum 3)

4.      Artikel 23 van richtlijn 2008/48 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102 moet aldus worden uitgelegd dat het niet belet dat een lidstaat in zijn nationale regeling bepaalt dat ingeval een kredietovereenkomst niet alle in artikel 10, lid 2, van die richtlijn opgesomde informatie vermeldt, het krediet wordt geacht te zijn verleend zonder rente en kosten, mits het gaat om een gegeven waarvan het ontbreken ertoe kan leiden dat de consument niet kan beoordelen waartoe hij zich heeft verbonden.

De verplichting om in de kredietovereenkomst onder meer gegevens te vermelden als het jaarlijks kostenpercentage bedoeld in artikel 10, lid 2, onder g), van richtlijn 2008/48, het aantal en de frequentie van de te verrichten betalingen als vermeld in artikel 10, lid 2, onder h), van die richtlijn, alsook, in voorkomend geval, de notariskosten en gevraagde zekerheden en verzekeringen zoals bepaald in artikel 10, lid 2, onder n) en o), van genoemde richtlijn, vormt een verplichting van essentieel belang. Aangezien het verzuim om die gegevens in de kredietovereenkomst te vermelden ertoe kan leiden dat de consument niet kan beoordelen waartoe hij zich heeft verbonden, moet de sanctie die erin bestaat dat de kredietgever geen recht heeft op rente en vergoeding van de kosten dan ook worden beschouwd als evenredig in de zin van artikel 23 van richtlijn 2008/48.

(zie punten 70, 71, 73, dictum 4)