Language of document : ECLI:EU:F:2016:178

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Tweede kamer)

20 juli 2016

Zaak F‑43/14

Wanda Gaj

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Ambtenaren – Pensioenen – Overdracht van nationale pensioenrechten – Voorstel voor extra pensioenjaren – Geen bezwarend besluit – Verzoek om uitspraak te doen zonder daarbij op de zaak ten gronde in te gaan – Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering – Beroep deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk rechtens ongegrond – Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee Wanda Gaj vraagt om nietigverklaring van, ten eerste, het besluit van de Europese Commissie van 19 augustus 2013 tot sluiting van haar dossier inzake de overdracht van de pensioenrechten die zij vóór haar indiensttreding bij de Commissie in een Franse pensioenregeling had verworven, en, ten tweede, het voorstel van de Commissie van 18 september 2013 waarbij op haar verzoek het aantal extra pensioenjaren in de pensioenregeling van de Europese Unie als gevolg van de overdracht van die pensioenrechten is vastgesteld.

Beslissing:      Het beroep wordt deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard. Gaj draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.

Samenvatting

Beroepen van ambtenaren – Bezwarend besluit – Begrip – Voorstel voor extra pensioenjaren met het oog op de overdracht aan de regeling van de Unie van pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie zijn verworven – Daarvan uitgesloten

(Ambtenarenstatuut, art. 91, lid 1, en bijlage VIII, art. 11, lid 2)

Een voorstel voor extra pensioenjaren, dat een ambtenaar wordt gedaan met het oog op de overdracht aan de pensioenregeling van de Europese Unie van in het kader van een ander stelsel verworven pensioenrechten, brengt geen bindende rechtsgevolgen teweeg die de rechtspositie van de adressaat ervan rechtstreeks en onmiddellijk raken, doordat zij die positie kenmerkend wijzigen, en kan niet worden aangemerkt als een bezwarend besluit in de zin van artikel 91, lid 1, van het Statuut.

(cf. punt 23)

Referentie:

Gerecht van de Europese Unie: arresten van 13 oktober 2015, Commissie/Verile en Gjergji, T‑104/14 P, EU:T:2015:776, punt 73; Commissie/Cocchi en Falcione, T‑103/13 P, EU:T:2015:777, punt 65, en Teughels/Commissie, T‑131/14 P, EU:T:2015:778, punt 69