Language of document : ECLI:EU:F:2016:165

ARREST VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Enkelvoudige kamer)

21 juli 2016

Zaak F‑9/12 RENV

CC

tegen

Europees Parlement

„Openbare dienst – Terugverwijzing naar het Gerecht na vernietiging – Beroep tot schadevergoeding – Niet-contractuele aansprakelijkheid – Fouten bij het beheer van de lijst van geschikte kandidaten – Algemeen vergelijkend onderzoek – Aankondiging van vergelijkend onderzoek EUR/A/151/98 – Gelijke behandeling – Maatregelen ter uitvoering van het arrest – Onderzoek van de Europese Ombudsman”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee CC vraagt om vergoeding van de schade die zij zou hebben geleden door verschillende fouten van het Europees Parlement bij het beheer van de lijst van geschikte kandidaten, opgesteld na afloop van algemeen vergelijkend onderzoek EUR/A/151/98, waarop haar naam was opgenomen naar aanleiding van het besluit van de directeur-generaal Personeelszaken van het Parlement van 17 mei 2005.

Beslissing:      Het Europees Parlement wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van 12 000 EUR aan CC. Het beroep wordt verworpen voor het overige. Het Europees Parlement draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van CC in de zaken F‑9/12, T‑457/13 P en F‑9/12 RENV.

Samenvatting

1.      Recht van de Europese Unie – Beginselen – Gelijke behandeling – Begrip – Lijst van geschikte kandidaten met een verschillende geldigheidsduur voor de geslaagde kandidaten van een vergelijkend onderzoek

2.      Ambtenaren – Niet-contractuele aansprakelijkheid van de instellingen – Voorwaarden – Onwettigheid – Schade – Causaal verband – Begrip – Verlies van een kans op aanwerving – Bewijslast

(Art. 340, lid 2, VWEU)

1.      Het algemeen beginsel van gelijke behandeling is een grondbeginsel van het Unierecht, dat inhoudt dat vergelijkbare situaties niet verschillend mogen worden behandeld, tenzij dit objectief gerechtvaardigd is. Er is sprake van schending van het beginsel van gelijke behandeling wanneer twee groepen personen wier feitelijke en rechtssituatie niet wezenlijk verschillen, verschillend worden behandeld of wanneer verschillende situaties op dezelfde wijze worden behandeld.

Aangezien de naam van de belanghebbende voor een kortere duur dan die van één van de andere geslaagden van het vergelijkend onderzoek op de lijst van geschikte kandidaten van dat vergelijkend onderzoek is geplaatst, is het beginsel van gelijke behandeling niet geëerbiedigd.

(cf. punten 89, 90 en 93)

Referentie:

Gerecht van eerste aanleg: arrest van 20 februari 2009, Commissie/Bertolete e.a., T‑359/07 P–T‑361/07 P, EU:T:2009:40, punten 37 en 38 en aldaar aangehaalde rechtspraak

2.      Op het gebied van de niet-contractuele aansprakelijkheid kan de Unie alleen aansprakelijk voor schade worden geacht wanneer deze voldoende rechtstreeks voortvloeit uit een onregelmatige gedraging van een van haar instellingen, hetgeen veronderstelt dat de onregelmatigheid van de instelling waaraan die gedraging te wijten is de doorslaggevende oorzaak voor het verlies van de kans is geweest.

Wanneer de gestelde schade verband houdt met het verlies van een kans, dient de partij die zich op die schade beroept aan te tonen dat het om een reële kans gaat en dat het verlies van die kans feitelijk definitief is geworden.

(cf. punten 122 en 123)

Referentie:

Gerecht van eerste aanleg: arresten van 5 oktober 2004, Sanders e.a./Commissie, T‑45/01, EU:T:2004:289, punt 150; Eagle e.a./Commissie, T‑144/02, EU:T:2004:290, punt 165, en 6 juni 2006, Girardot/Commissie, T‑10/02, EU:T:2006:148, punt 96

Gerecht voor ambtenarenzaken: arrest van 12 mei 2011, Missir Mamachi di Lusignano/Commissie, F‑50/09, EU:F:2011:55, punt 179 en aldaar aangehaalde rechtspraak