Language of document : ECLI:EU:C:2016:357





Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 26 mei 2016 –
National Exhibition Centre

(Zaak C‑130/15) (1)

„Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde – Zesde richtlijn 77/388/EEG – Vrijstelling – Artikel 13, B, onder d), punt 3 – Handelingen betreffende betalingen en overmakingen – Begrip – Aankoop van kaartjes voor voorstellingen of andere evenementen – Betaling met debetkaart of met kredietkaart – Zogeheten dienst ‚van verwerking van de betaling met kaart’”

1.                     Harmonisatie van de belastingwetgeving – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde – Vrijstellingen voorzien in de Zesde richtlijn – Bankverrichtingen bedoeld in artikel 13, B, onder d), punt 3 – Overmakingen en betalingen in de zin van dat artikel – Criteria voor vaststelling [Richtlijn 77/388 van de Raad, art. 13, B, d), punt 3] (cf. punten 35, 36, 38)

2.                     Harmonisatie van de belastingwetgeving – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde – Vrijstellingen voorzien in de Zesde richtlijn – Bankverrichtingen bedoeld in artikel 13, B, onder d), punt 3 – Begrip – Aankoop van kaartjes voor voorstellingen of voor andere evenementen – Betaling met debetkaart of met kredietkaart – Zogenoemde „dienst van verwerking van de betaling met kaart” – Daarvan uitgesloten [Richtlijn 77/388 van de Raad, art. 13, B, d), punt 3] (cf. punt 52 en dictum)

Dictum

Artikel 13, B, onder d), punt 3, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd dat de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde die hierin is bepaald voor handelingen betreffende betalingen en overmakingen niet van toepassing is op een zogeheten dienst van „verwerking van de betalingen met debetkaart of met kredietkaart”, zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die wordt verleend door een belastingplichtige, de verrichter van deze dienst, wanneer iemand via deze dienstverrichter een kaartje koopt voor een voorstelling of een ander evenement dat deze in naam en voor rekening van een andere entiteit verkoopt, en die persoon met debetkaart of met kredietkaart betaalt.


1 PB C 190 van 8.6.2015.