Language of document : ECLI:EU:F:2016:194

BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
VAN DE EUROPESE UNIE

(Eerste kamer)

2 augustus 2016

Zaak F‑134/11

Giorgio Cocchi

en

Nicola Falcione

tegen

Europese Commissie

„Openbare dienst – Bijstandsplicht – Artikel 24 van het Statuut – Afwijzing van het verzoek om bijstand – Pensioenen – Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut – Verzoek om overdracht van pensioenrechten – Intrekking van het verzoek om overdracht van pensioenrechten in de loop van het geding – Afdoening zonder beslissing over de afwijzing van het verzoek om bijstand”

Betreft:      Beroep, ingesteld krachtens artikel 270 VWEU, van toepassing op het EGA-Verdrag op grond van artikel 106 bis ervan, waarmee Giorgio Cocchi en Nicola Falcione vragen om, ten eerste, nietigverklaring van de besluiten van 9 maart 2011 waarbij de Europese Commissie hun verzoeken om bijstand heeft afgewezen die zij hadden gedaan in het kader van hun verzoeken om overdracht van de pensioenrechten die zij in de Italiaanse pensioenregeling hadden verworven aan de pensioenregeling van de Europese Unie en, ten tweede, veroordeling van de Commissie tot betaling van een schadevergoeding aan hen.

Beslissing:      Er behoeft geen uitspraak te worden gedaan in zaak F‑134/11, Cocchi en Falcione/Commissie. Cocchi, Falcione en de Europese Commissie dragen elk hun eigen kosten.

Samenvatting

Beroepen van ambtenaren – Procesbelang – Beoordeling naar het tijdstip waarop het beroep is ingesteld – Latere verdwijning van het procesbelang – Afdoening zonder beslissing

(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)

Wil een ambtenaar een beroep tot nietigverklaring van een besluit kunnen voortzetten, dan moet hij zelfs na de instelling van dat beroep een persoonlijk belang behouden bij de nietigverklaring van het bestreden besluit, hetgeen veronderstelt dat de uitkomst van het beroep hem tot voordeel kan strekken.

Wanneer een ambtenaar zijn verzoek om overdracht van de vóór zijn indiensttreding bij de Unie verworven pensioenrechten in overleg met de betrokken instelling intrekt, dan kan een eventueel arrest tot nietigverklaring van het besluit tot afwijzing van het verzoek om bijstand dat hij in het kader van zijn verzoek om overdracht van pensioenrechten heeft gedaan hem geen enkel administratief voordeel verschaffen, en dit ongeacht de vraag of een verzoek om bijstand dat een ambtenaar indient om zich te verdedigen tegen handelingen van zijn eigen instelling juridisch gezien ontvankelijk is.

Bij gebreke van een actueel procesbelang behoeft geen uitspraak meer te worden gedaan over het beroep.

(cf. punten 33 en 34)

Referentie:

Gerecht voor ambtenarenzaken: beschikking van 2 december 2013, Pachtitis/Commissie, F‑49/12, EU:F:2013:197, punt 28 en aldaar aangehaalde rechtspraak