Language of document : ECLI:EU:C:2017:95

Zaak C562/15

Carrefour Hypermarchés SAS

tegen

ITM Alimentaire International SASU

(verzoek een prejudiciële beslissing, ingediend door de cour d’appel de Paris)

„Prejudiciële verwijzing – Vergelijkende reclame – Richtlijn 2006/114/EG –Artikel 4 – Richtlijn 2005/29/EG – Artikel 7 – Objectieve vergelijking van de prijzen – Misleidende omissie – Reclame waarbij de prijzen worden vergeleken van producten die worden verkocht in winkels die in omvang en type van elkaar verschillen – Geoorloofdheid – Essentiële informatie – Vraag in welke mate en via welk medium de informatie moet worden meegedeeld”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 8 februari 2017

Bescherming van de consument – Oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten – Richtlijn 2005/29 – Misleidende omissie – Misleidende reclame en vergelijkende reclame – Richtlijn 2006/114 – Reclame waarbij de prijzen worden vergeleken van producten die worden verkocht in winkels die in omvang en type van elkaar verschillen – Voorwaarden voor geoorloofdheid – Essentiële informatie – Verificatie door de nationale rechterlijke instantie – Beoordelingscriteria

[Richtlijn 2005/29 van het Europees Parlement en de Raad, art. 7, leden 13; richtlijn 2006/114 van het Europees Parlement en de Raad, art. 4, a) en c)]

Artikel 4, onder a) en c), van richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame, gelezen in samenhang met artikel 7, leden 1 tot en met 3, van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”), dient aldus te worden uitgelegd dat als ongeoorloofd in de zin van eerstgenoemde bepaling kan worden aangemerkt, een reclameboodschap zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, waarin de prijzen worden vergeleken van producten die worden verkocht in winkels van verschillende omvang of van een verschillend type, wanneer deze winkels behoren tot bedrijven die elk een aantal winkels van verschillende omvang en type bezitten, en de adverteerder de prijzen die worden toegepast in de winkels van grotere omvang of een groter type van zijn distributieketen vergelijkt met die welke zijn genoteerd in de winkels van kleinere omvang of een kleiner type van de concurrerende ketens, tenzij de consument er in de reclameboodschap zelf duidelijk van op de hoogte wordt gebracht dat het een vergelijking betreft van de prijzen die worden toegepast in de winkels van grotere omvang of een groter type van de adverteerder en de prijzen die zijn genoteerd in de winkels van kleinere omvang of een kleiner type van de concurrerende bedrijven.

Het staat aan de verwijzende rechterlijke instantie om, ter beoordeling of een dergelijke reclameboodschap geoorloofd is, te verifiëren of in het hoofdgeding, gelet op de specifieke omstandigheden van de zaak, de betrokken reclameboodschap niet voldoet aan het vereiste van objectiviteit van de vergelijking en/of misleidend van aard is, enerzijds met inaanmerkingneming van de perceptie van een normaal geïnformeerde en redelijk oplettende en bedachtzame gemiddelde consument, en anderzijds rekening houdend met de gegevens die in die reclameboodschap zelf worden verstrekt, in het bijzonder deze betreffende de winkels van het bedrijf van de adverteerder en die van de concurrerende ketens waarvan de prijzen werden vergeleken, en meer in het algemeen met alle bestanddelen van de betrokken advertentie.

(zie punt 40 en dictum)