Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 1 februari 2017 – Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato/Wind Telecomunicazioni SpA

(Zaak C-54/17)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Consiglio di Stato

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato

Verwerende partij: Wind Telecomunicazioni SpA

Prejudiciële vragen1

Staan de artikelen 8 en 9 van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 20052 in de weg aan een uitlegging van de overeenkomstige nationale omzettingsbepalingen (respectievelijk de artikelen 24 en 25 van de Codice del consumo [wetboek consumentenrecht]) volgens welke de handelwijze van een telecommunicatie-exploitant die geen informatie heeft verstrekt over het feit dat bepaalde telefoondiensten reeds op de simkaart zijn ingesteld (te weten voicemail of internetgebruik) – en wel in een situatie waarin de telecommunicatie-exploitant geen enkele andere, afzonderlijke inhoudelijke handelwijze wordt verweten – kan wordt aangemerkt als ongepaste beïnvloeding en dus als agressieve handelspraktijk die de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de gemiddelde consument aanzienlijk kan beperken?

Kan punt 29 van bijlage I bij richtlijn 2005/29/EG [...] aldus worden uitgelegd dat er sprake is van een „niet-gevraagde levering” indien een telecommunicatie-exploitant zijn klant verzoekt voicemail- en internetdiensten te betalen, en wel in een situatie die wordt gekenmerkt door de volgende omstandigheden:

– de telecommunicatie-exploitant heeft de consument bij de afsluiting van de overeenkomst voor mobiele telefonie niet correct geïnformeerd over de omstandigheid dat de voicemail- en internetdiensten reeds op de simkaart zijn ingesteld, met als gevolg dat de consument deze diensten zou kunnen gebruiken zonder dat zij speciaal hoeven te worden ingesteld (setting);

– de consument moet om deze diensten daadwerkelijk te gebruiken hoe dan ook de daartoe noodzakelijke handelingen verrichten (bijvoorbeeld, het nummer van de voicemail intoetsen of opdrachten geven om toegang tot internet te krijgen);

– voor de technische en operationele modaliteiten waarmee de consument concreet van de diensten gebruikmaakt wordt niets in rekening gebracht, en evenmin voor de informatie over deze modaliteiten en de kosten van deze diensten, maar de exploitant wordt uitsluitend verweten geen informatie te hebben verstrekt over de vooraf op de simkaart geïnstalleerde diensten?

Staan de ratio van de „algemene” richtlijn 2005/29/EG, als vangnet voor de bescherming van de consument, alsmede overweging 10 en artikel 3, lid 4, van deze richtlijn in de weg aan een nationale regeling die de beoordeling van de naleving van de specifieke verplichtingen als bedoeld in de sectorale richtlijn 2002/22/EG3 ter bescherming van de consument terugvoert tot de werkingssfeer van de algemene richtlijn 2005/29/EG inzake oneerlijke handelspraktijken, met als gevolg dat de autoriteit die bevoegd is om inbreuken op de sectorale richtlijn te sanctioneren niet kan ingrijpen indien deze inbreuk tevens als een oneerlijke handelspraktijk kan worden aangemerkt?

Moet het in artikel 3, lid 4, van richtlijn 2005/29/EG neergelegde specialiteitsbeginsel worden opgevat als een beginsel dat de verhoudingen regelt tussen rechtsorden (algemene rechtsorde en sectorale rechtsorde), tussen normen (algemene normen en speciale normen) of tussen regelgevende en toezichthoudende autoriteiten van de respectieve sectoren?

Is er slechts sprake van strijdigheid in de zin van artikel 3, lid 4, van richtlijn 2005/29/EG in geval van een lijnrechte tegenstelling tussen de bepalingen van de regeling inzake oneerlijke handelspraktijken en de andere, uit Unierecht voortvloeiende regelingen die sectorspecifieke aspecten van de handelspraktijken regelen, of volstaat daartoe dat de betrokken bepalingen een regeling voorschrijven die afwijkt van de regeling inzake oneerlijke handelspraktijken met betrekking tot sectorspecifieke aspecten, en wel zodanig dat er met betrekking tot een specifieke situatie sprake is van collisie?

Heeft het begrip communautaire voorschriften als bedoeld in artikel 3, lid 4, van richtlijn 2005/29/EG uitsluitend betrekking op bepalingen van Europese verordeningen en richtlijnen en de directe omzettingsbepalingen daarvan, of omvat het ook de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen waarbij beginselen van Unierecht in nationaal recht zijn omgezet?

Staat het in overweging 10 en artikel 3, lid 4, van richtlijn 2005/29/EG, de artikelen 20 en 21 van richtlijn 2002/22/EG en de artikelen 3 en 4 van richtlijn 2002/21/EG4 neergelegde specialiteitsbeginsel in de weg aan een uitlegging van de overeenkomstige nationale omzettingsbepalingen volgens welke steeds wanneer er in een gereglementeerde sector met een sectorale consumentenregeling die regelgevende en sanctiebevoegdheden aan de sectorale autoriteit heeft toegekend, sprake is van een handelwijze die kan worden aangemerkt als agressieve handelspraktijk in de zin van de artikelen 8 en 9 van richtlijn 2005/29/EG dan wel als handelspraktijk die onder alle omstandigheden als agressief wordt beschouwd in de zin van bijlage I bij richtlijn 2005/29/EG, de algemene regeling inzake oneerlijke praktijken moet worden toegepast, ook indien er een op Unierecht gestoelde sectorale regeling ter bescherming van consumenten is die dezelfde agressieve praktijken en onder alle omstandigheden als agressief te beschouwen handelspraktijken, althans oneerlijke handelspraktijken, volledig regelt?

____________

1 De prejudiciële vragen zijn hier doorlopend genummerd; in de verwijzingsbeslissing waren zij verdeeld in twee groepen met niet-doorlopende nummering.

2 Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („Richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149, blz. 22).

3 Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PB L 108, blz. 33).

4 Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn) (PB L 108, blz. 33).