Language of document : ECLI:EU:T:2017:127





Arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 28 februari 2017 – JingAo Solar e.a./Raad

(Zaak T157/14)

„Dumping – Invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit China – Definitief antidumpingrecht – Verbintenissen – Beroep tot nietigverklaring – Procesbelang – Ontvankelijkheid – Land van uitvoer – Omvang van het onderzoek – Steekproeven – Normale waarde – Omschrijving van het betrokken product – Termijn voor de vaststelling van een besluit op een verzoek tot behandeling als marktgerichte onderneming – Toepassing in de tijd van nieuwe bepalingen – Schade – Oorzakelijk verband”

1.      Beroep tot nietigverklaring – Natuurlijke personen of rechtspersonen – Voorwaarden voor ontvankelijkheid – Verordening tot instelling van antidumpingrechten – Beroep door een onderneming wier verbintenissen zijn aanvaard in de verordening waartegen het beroep is gericht – Ontvankelijkheid

(Art. 263, vierde alinea, VWEU; verordening nr. 1225/2009 van de Raad, art. 8, leden 1 en 6, en 9, lid 4)

(zie punten 4245, 47)

2.      Beroep tot nietigverklaring – Natuurlijke personen of rechtspersonen – Procesbelang – Belang bij het aanvoeren van een middel – Noodzaak van een bestaand en daadwerkelijk belang – Beoordeling naar het tijdstip waarop het beroep is ingesteld – Middel dat de verzoekende partij een voordeel kan opleveren – Geen – Niet-ontvankelijkheid

(Art. 263, vierde alinea, VWEU)

(zie punten 6575)

3.      Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen dumpingpraktijken – Dumpingmarge – Vaststelling van de normale waarde – Invoer uit landen die geen markteconomie hebben – Vergelijking met prijs in derde land met markteconomie – Voorwaarden – Beoordelingsvrijheid van de instellingen – Omvang

[Verordening nr. 1225/2009 van de Raad, art. 1, leden 2 en 3, en 2, lid 7, a)]

(zie punten 8595)

4.      Internationale overeenkomsten – Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie – GATT 1994 – Onmogelijkheid om de WTO-overeenkomsten in te roepen om de rechtmatigheid van een Uniehandeling te betwisten – Uitzonderingen – Uniehandeling die uitvoering ervan beoogt te verzekeren – Geen

(Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994, „antidumpingcode 1994”; art. 2; verordening nr. 1225/2009 van de Raad, art. 2, lid 7)

(zie punt 96)

5.      Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen dumpingpraktijken – Onderzoek – Omschrijving van het betrokken product – Factoren die in aanmerking kunnen worden genomen – Toepassing van de door de instellingen in aanmerking genomen criteria – Rechterlijk toezicht – Kennelijk onjuiste beoordeling – Geen

(Verordening nr. 1225/2009 van de Raad, art. 1, lid 4)

(zie punten 110140)

6.      Recht van de Europese Unie – Uitlegging – Methoden – Uitlegging van een handeling van afgeleid recht – Uitlegging in strijd met de bewoordingen ervan en met de bedoeling van de wetgever – Ontoelaatbaarheid

[Verordening nr. 1168/2012 van het Europees Parlement en de Raad, art. 1, punt 1, a), en 2]

(zie punten 151154)

7.      Handelingen van de instellingen – Toepassing ratione temporis – Procedureregels – Regels van materieel recht – Onderscheid – Toepassing ratione temporis van verordening nr. 1168/2012 tot wijziging van basisverordening nr. 1225/2009 – Wijziging van de termijn om uitspraak te doen over de behandeling als marktgerichte onderneming – Toepassing op lopende onderzoeken – Toelaatbaarheid

[Verordening nr. 1168/2012 van het Europees Parlement en de Raad, art. 1, punt 1, a), en 2]

(zie punten 156162)

8.      Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen dumpingpraktijken – Dumpingmarge – Vaststelling van de normale waarde – Invoer uit landen die geen markteconomie hebben – Procedure tot beoordeling van de voorwaarden op waaronder een producent aanspraak kan maken op de status van marktgerichte onderneming – Overschrijding door de Commissie van de daartoe gestelde termijn – Gevolgen

[Verordening nr. 1225/2009 van de Raad, art. 2, lid 7, c)]

(zie punten 165172)

9.      Recht van de Europese Unie – Beginselen – Bescherming van het gewettigd vertrouwen – Rechtszekerheid – Grenzen – Vaststelling van een Uniemaatregel die de belangen van een marktdeelnemer kan aantasten – Voorzichtige en oplettende marktdeelnemer die in staat is de vaststelling van deze maatregel te voorzien – Onmogelijkheid om zich op deze beginselen te beroepen

(Verordening nr. 1168/2012 van het Europees Parlement en de Raad)

(zie punten 177, 178)

10.    Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen dumpingpraktijken – Schade – Vaststelling van het causaal verband – Verplichtingen van de instellingen – Inaanmerkingneming van factoren die niets van doen hebben met dumping – Invloed van dergelijke factoren op het bewijs van het causaal verband

(Verordening nr. 1225/2009 van de Raad, art. 3, leden 1, 2, 5 tot en met 7)

(zie punten 186192, 205208)

11.    Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen dumpingpraktijken – Vaststelling van antidumpingrechten – Beoordelingsvrijheid van de instellingen – Inaanmerkingneming van factoren die niets van doen hebben met dumping – Invloed van dergelijke factoren op de vaststelling van de antidumpingrechten – Rechterlijk toezicht – Grenzen

(Verordening nr. 1225/2009 van de Raad, art. 3, lid 7, en 9, lid 4)

(zie punten 193200, 203, 208226)

Voorwerp

Vordering, op grond van artikel 263 VWEU, tot nietigverklaring van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (PB 2013, L 325, blz. 1), voor zover deze van toepassing is op de verzoekende partijen

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

JingAo Solar Co. Ltd en de andere verzoekende partijen die in de bijlage worden genoemd, worden verwezen in hun eigen kosten en in de kosten die de Raad van de Europese Unie zijn opgekomen.

3)

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten.