Language of document :

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 15 november 2017 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof - Duitsland) – Rochus Geissel, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van RGEX GmbH i.L. / Finanzamt Neuss (C-374/16), en Finanzamt Bergisch Gladbach / Igor Butin (C-375/16)

(Gevoegde zaken C-374/16 en C-375/16)1

[Prejudiciële verwijzing – Fiscale bepalingen – Belasting over de toegevoegde waarde (btw) – Richtlijn 2006/112/EG – Artikel 168, onder a), artikel 178, onder a), en artikel 226, punt 5 – Aftrek van de voorbelasting – Verplichte vermeldingen op de factuur – Gewettigd vertrouwen van de belastingplichtige dat is voldaan aan de voorwaarden voor het recht op aftrek]

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Bundesfinanzhof

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Rochus Geissel, als vereffenaar van RGEX GmbH i.L. (C-374/16), Finanzamt Bergisch Gladbach (C-375/16)

Verwerende partij: Finanzamt Neuss (C-374/16), Igor Butin (C-375/16)

Dictum

Artikel 168, onder a), en artikel 178, onder a), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, gelezen in samenhang met artikel 226, punt 5, van deze richtlijn, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling als die in het hoofdgeding, volgens welke als voorwaarde voor de uitoefening van het recht op aftrek van de voorbelasting geldt dat op de factuur het adres is vermeld van de plaats waar de opsteller van deze factuur zijn economische activiteit uitoefent.

____________

1 PB C 392 van 24.10.2016.