Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Gerechtshof Den Haag (Nederland) op 6 november 2017 – Strafzaak tegen Tronex BV

(Zaak C-624/17)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Gerechtshof Den Haag

Partijen in het hoofdgeding

Tronex BV

Prejudiciële vragen

a. Is de winkelier die een door een consument retour gebracht voorwerp, dan wel een voorwerp dat in zijn assortiment overtollig is geworden, op basis van de tussen de winkelier en de leverancier bestaande overeenkomst teruglevert aan zijn leverancier (zijnde de importeur, groothandel, distributeur, producent of een ander van wie hij het voorwerp heeft betrokken) aan te merken als een houder die zich van het voorwerp ontdoet, zoals in artikel 3, aanhef en onder 1, van de Kaderrichtlijn1 bedoeld?

b. Maakt het voor het antwoord op vraag 1)a. uit als het daarbij gaat om een voorwerp waaraan een eenvoudig te herstellen gebrek of defect kleeft?

c. Maakt het voor het antwoord op vraag 1)a. uit als het daarbij gaat om een voorwerp waaraan een gebrek of defect kleeft van zodanige omvang of ernst dat het voorwerp daardoor niet meer geschikt of bruikbaar is voor het oorspronkelijke doel ervan?

a. Is de winkelier of de leverancier die een door een consument retour gebracht voorwerp, dan wel een voorwerp dat in zijn assortiment overtollig is geworden, doorverkoopt aan een opkoper (van restantpartijen) aan te merken als een houder die zich van het voorwerp ontdoet, zoals in artikel 3, aanhef en onder 1, van de Kaderrichtlijn bedoeld?

b. Maakt het voor het antwoord op vraag 2)a. uit wat de hoogte is van de door de opkoper aan de winkelier of de leverancier te betalen koopprijs?

c. Maakt het voor het antwoord op vraag 2)a. uit als het daarbij gaat om een voorwerp waaraan een eenvoudig te herstellen gebrek of defect kleeft?

d. Maakt het voor het antwoord op vraag 2)a. uit als het daarbij gaat om een voorwerp waaraan een gebrek of defect kleeft van zodanige omvang of ernst dat het voorwerp daardoor niet meer geschikt of bruikbaar is voor het oorspronkelijke doel ervan?

3)    a. Is de opkoper die een grote partij van winkeliers en leveranciers opgekochte, door consumenten retour gebrachte en/of overtollig geworden goederen doorverkoopt aan een (buitenlandse) derde aan te merken als een houder die zich van een de partij goederen ontdoet, zoals in artikel 3, aanhef en onder 1, van de Kaderrichtlijn bedoeld?

b. Maakt het voor het antwoord op vraag 3)a. uit wat de hoogte is van de door de derde aan de opkoper te betalen koopprijs?

c. Maakt het voor het antwoord op vraag 3)a. uit als de partij goederen tevens enkele goederen omvat waaraan een eenvoudig te herstellen gebrek of defect kleeft?

d. Maakt het voor het antwoord op vraag 3)a. uit als de partij goederen tevens enkele goederen omvat waaraan een gebrek of defect kleeft van zodanige omvang of ernst dat het desbetreffende voorwerp daardoor niet meer geschikt of bruikbaar is voor het oorspronkelijke doel ervan?

e. Maakt het voor het antwoord op vraag 3)c. of vraag 3)d. uit welk percentage de defecte goederen uitmaken van de gehele partij aan de derde doorverkochte goederen? Zo ja, welk percentage vormt dan het kantelpunt?

____________

1     Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB 2008, L 312, blz. 3).