Language of document :

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) op 17 januari 2018 – Verein für Konsumenteninformation / Deutsche Bahn AG

(Zaak C-28/18)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Oberster Gerichtshof

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Verein für Konsumenteninformation

Verwerende partij: Deutsche Bahn AG

Prejudiciële vraag

Dient artikel 9, lid 2, van verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van verordening (EG) nr. 924/2009 (SEPA-verordening)1 aldus te worden uitgelegd dat het de begunstigde verboden wordt om betaling via het SEPA-betaalsysteem ervan afhankelijk te stellen dat de betaler zijn woonplaats heeft in de lidstaat waarin ook de begunstigde woonachtig dan wel gezeteld is, wanneer de betaling ook op andere wijze, bijvoorbeeld met creditcard, is toegestaan?

____________

1 PB 2012, L 94, blz. 22.