Language of document :

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 5 juni 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Curte Constituţională - Roemenië) – Relu Adrian Coman, Robert Clabourn Hamilton, Asociaţia Accept / Inspectoratul General pentru Imigrări, Ministerul Afacerilor Interne

(Zaak C-673/16)1

[Prejudiciële verwijzing – Burgerschap van de Unie – Artikel 21 VWEU – Recht van de burgers van de Unie op vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten – Richtlijn 2004/38/EG – Artikel 3 – Begunstigden – Familieleden van de burger van de Unie – Artikel 2, punt 2, onder a) – Begrip „echtgenoot” – Huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht – Artikel 7 – Verblijfsrecht voor meer dan drie maanden – Grondrechten]

Procestaal: Roemeens

Verwijzende rechter

Curtea Constituţională

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Relu Adrian Coman, Robert Clabourn Hamilton, Asociaţia Accept

Verwerende partijen: Inspectoratul General pentru Imigrări, Ministerul Afacerilor Interne

In aanwezigheid van: Consiliul Naţional pentru Combaterea Discriminării

Dictum

In een situatie waarin een burger van de Unie zijn recht van vrij verkeer heeft uitgeoefend doordat hij zich in overeenstemming met de voorwaarden van artikel 7, lid 1, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, heeft begeven naar en daadwerkelijk heeft verbleven in een andere lidstaat dan die waarvan hij de nationaliteit bezit, en daar een gezinsleven heeft opgebouwd of bestendigd met een derdelander van hetzelfde geslacht, met wie hij in de echt is verbonden door een in het gastland wettig gesloten huwelijk, moet artikel 21, lid 1, VWEU aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan de burger van de Unie de nationaliteit bezit, aan de derdelander een verblijfsrecht op het grondgebied van deze lidstaat weigeren op grond dat het recht van deze lidstaat het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht niet erkent.

Artikel 21, lid 1, VWEU moet aldus worden uitgelegd dat, in omstandigheden als die van het hoofdgeding, een derdelander van hetzelfde geslacht als de burger van de Unie, die met hem is gehuwd in een lidstaat overeenkomstig het recht daarvan, beschikt over een verblijfsrecht van meer dan drie maanden op het grondgebied van de lidstaat waarvan de burger van de Unie de nationaliteit heeft. Voor dit afgeleide verblijfsrecht kunnen geen strengere voorwaarden gelden dan die welke zijn gesteld in artikel 7 van richtlijn 2004/38.

____________

1 PB C 104 van 3.4.2017.